Adam en Christus: Rom.5:12-21

Inleiding

In de vorige studie zagen we dat God het initiatief nam om ons te redden toen wij nog zondaars waren. Door geloof zijn wij, die vroeger zondaars en vijanden waren, met God verzoend.

Paulus beschrijft dus twee groepen mensen. Een groep waartoe alle mensen van nature behoren, de groep die vijandig staat tegenover God. En een tweede groep die vroeger zondaars en vijanden waren maar die nu, door geloof, verzoend zijn met God.

In dit gedeelte gaat Paulus verder uitleggen hoe het zit met die twee groepen mensen. De eerste groep waar alle mensen toe behoren, wordt vertegenwoordigd door Adam. Adam is de eerste mens die zondigde en daarmee kwam de zonde en de dood als macht in de wereld. Dit heeft grote gevolgen voor alle afstammelingen van Adam. Zij erven de zondige natuur van Adam en sterven net zoals hij.

Maar er is een tweede Mens, Jezus Christus, die gerechtigheid en leven brengt. En zoals die ene mens, Adam, de zonde en de dood in de wereld gebracht heeft, zo heeft de Ene Mens Jezus Christus de genade en het leven gebracht. Door geloof krijgen we deel aan die tweede Mens.

Lees meer

De vrucht van de rechtvaardiging: Rom.5:1-11

Inleiding

In hoofdstuk 5 beginnen we aan het meer praktische deel van de Romeinenbrief. Tot nu toe heeft Paulus vooral de theorie, de leerstellingen van de rechtvaardiging besproken. Wat was de boodschap in de eerste vier hoofdstukken?

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.

Vanaf dit hoofdstuk gaat Paulus in op de praktische consequenties van de rechtvaardiging uit geloof. Maar in deze perikoop, die een soort inleiding vormt voor de hoofdstukken die komen, gaat het vooral over God en pas in tweede instantie over ons.

Lees meer

Abraham door het geloof gerechtvaardigd (2): Rom.4:13-25

inleiding

In de vorige studie hebben we gezien hoe Paulus het leven van Abraham als voorbeeld nam om de rechtvaardiging uit het geloof uit te leggen. Aan Abrahams leven kunnen we zien dat rechtvaardiging niet uit werken is, maar uit geloof (Rom.4:1-8). En dat het los staat van de besnijdenis. Abraham werd immers gerechtvaardigd uit het geloof, lang voordat hij de besnijdenis ontving (Rom.4:9-12).

Lees meer

Abraham door het geloof gerechtvaardigd: Rom.4:1-12

Inleiding

In deze studie gaan we zien hoe Abraham het voorbeeld is voor de gelovigen. In het vorige hoofdstuk van Romeinen hebben we ontdekt dat God de gelovige rechtvaardig rekent. Dit kan Hij doen omdat onze zonden toegerekend zijn aan Christus Jezus. God heeft Hem als middel tot verzoening aangewezen (Rom.3:24 en 25).
Hoofdstuk 3 eindigde met drie vragen waarop Paulus een kort antwoord gaf:

  1. Waar is de roem? Rom.3:27
    • Die is uitgesloten
  2. Is God alleen van de Joden of ook van de heidenen? Rom.3:28-30
    • Er is maar één God die besnedenen en onbesnedenen door geloof rechtvaardigt
  3. Hoe zit het met de wet? Rom.3:31
    • Wij doen de wet niet teniet maar bevestigen de wet

In hoofdstuk 4 gaat Paulus deze drie punten verder toelichten vanuit het Oude Testament. Hij laat zien dat rechtvaardiging altijd gegeven is aan degene die gelooft. Hij noemt Abraham en David als voorbeelden.

Lees meer

Rechtvaardiging door het geloof: Rom.3:21-31

Inleiding

We zijn aangekomen bij een hoogtepunt in de Romeinenbrief: de rechtvaardiging door geloof. Hier in vers 21 van hoofdstuk 3 pakt Paulus de draad weer op van het onderwerp van de brief: het evangelie van Christus. Hij had dit aangekondigd in hoofdstuk 1, maar was daarna van zijn onderwerp afgeweken. Hij wilde ons eerst laten zien hoe groot onze nood is en hoe verloren we zijn. Nu we daar van doordrongen zijn, gaat hij verder met het goede nieuws van het evangelie van Christus. Hij sluit met vers 21 van hoofdstuk 3 aan op de verzen 16 en 17 van hoofdstuk 1:

Romeinen 1:16 en 17
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en [ook] voor de Griek.
Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 3:21 en 22
Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:
22 [namelijk] gerechtigheid van God door [het] geloof in [van] Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid.

In hoofdstuk 1 had hij gezegd dat de gerechtigheid van God in het evangelie wordt geopenbaard. Hier in hoofdstuk 3 gaat hij die gerechtigheid van God verder toelichten.
Als je wilt, kun je de studie over de verzen uit hoofdstuk 1 via de link terug lezen: De kern van de brief: Rom.1:16 en 17

Deze studie

Deze studie draait om het belangrijke Bijbelse principe van rechtvaardiging door geloof.
We zullen eerst kijken wat dit woord betekent en hoe Paulus het verbindt met het evangelie.
Daarna zien we dat rechtvaardiging buiten de wet om gaat (vers 21).
Dat de rechtvaardiging door Jezus Christus tot stand komt (verzen 22 tot en met 24).
En in de verzen 25 en 26 legt Paulus uit dat God rechtvaardig handelt wanneer Hij zondige mensen rechtvaardigt uit geloof.
In de verzen 27 tot en met 31 beantwoordt hij nog een aantal vragen die we zouden kunnen stellen na zijn uitleg over rechtvaardiging door geloof.

Lees meer

Alle mensen zijn zondaars: Rom.3:9-20

Inleiding

We komen met deze studie bij de afronding van het eerste belangrijke deel van de brief aan de Romeinen. Vanaf hoofdstuk 1:18 tot en met dit gedeelte heeft Paulus de totale verdorvenheid van de mens aangetoond. Dit was nodig om ons te laten zien dat we onszelf niet kunnen redden.

De mensen in het algemeen heeft hij besproken in Rom.1:18-32. In Rom.2:1-11 beschuldigde hij de mens die zichzelf rechtvaardigt. Daarna beschuldigde hij de Joden die de wet hebben en die besneden zijn naar het vlees (Rom.2:12-29). In Rom.3:1-8 onderbrak hij de aanklachten om een aantal tegenwerpingen te weerleggen. Nu sluit hij af met een samenvatting en het bewijs uit het Oude Testament. Het is geen rooskleurig beeld wat hij schetst in dit gedeelte. De verzen 10 tot en met 18 zijn geciteerd uit het Oude Testament en vormen het bewijsmateriaal van zijn betoog.

Lees meer

Het voorrecht van de Joden: Rom.3:1-8

Inleiding

Zijn jullie ook zo toe aan het goede nieuws van de rechtvaardiging door het geloof? Paulus heeft het aangekondigd in Romeinen 1:16 en 17. Maar daarna neemt hij een lange omweg voordat hij het weer oppakt in hoofdstuk 3:21. Het gedeelte waar we nu al vijf studies aan besteed hebben, is nodig om ons er van te doordringen dat we Gods gerechtigheid nodig hebben. De hele uiteenzetting van hoofdstuk 1:18 tot en met 3:20 gaat over het tekortschieten van alle mensen, of ze nu Jood of heiden zijn.

Lees meer

De Joden en de besnijdenis: Rom.2:25-29

Inleiding

Paulus had tot nu toe gesproken over de Joden en de wet. Hij heeft uitgelegd dat het hebben van de wet geen voorsprong geeft. Maar de Joden hadden naast de wet ook nog de besnijdenis. Het is alsof Paulus verwacht dat de lezers dat ter sprake zullen brengen. De wet brengt dan misschien geen voordeel maar de besnijdenis toch zeker wel?

Maar de besnijdenis heeft geen nut als je de wet niet houdt. Je bent dan in feite onbesneden. Het gaat niet om het uiterlijke teken van de besnijdenis maar om een innerlijke verandering. In deze studie wil ik laten zien wat de Bijbel leert over de besnijdenis. En hoe Paulus dit toepast in dit gedeelte van Romeinen.

Lees meer

De Joden en de wet (2): Rom.2:17-24

Inleiding

In de vorige studie heb ik de verzen 12 tot en met 16 van Romeinen 2 behandeld. Omdat de studie te lang werd, bespreek ik de verzen 17 tot en met 24 van dezelfde perikoop in dit blog.

Vanaf vers 17 komt Paulus bij het eigenlijke onderwerp: de Joden en de wet. De Jood denkt misschien dat de waarschuwing van Paulus voor het oordeel alleen voor de heidenen geldt. En dat er geen noodzaak is om je te bekeren als je de wet hebt. Dan zou alles wat hij gezegd heeft alleen maar voor de heidenen zijn en niet voor de Joden. Maar de boodschap van Paulus (het Evangelie van God!) is voor alle mensen. Daarom spreekt hij vanaf hier zonder omwegen de Joden aan.

Paulus bouwt zijn uiteenzetting weer zorgvuldig op. Hij wil duidelijk maken dat het hebben van de wet en het kennen van Gods wil niet voldoende zijn om Gods goedkeuring te krijgen. Weten wat Gods wil is, maakt je niet automatisch een goed mens. Dat blijkt uit het feit dat de heidenen God lasteren vanwege het tekortschieten van de Joden (vers 24). De Joden die Paulus aanspreekt, beroemden zich op de wet maar in de praktijk overtraden ze die.

Paulus noemt drie keer vier punten die hem uiteindelijk brengen bij zijn conclusie dat de Joden ten onrechte roemen in de wet.

Lees meer

De Joden en de wet: Rom.2:12-24

Inleiding

Paulus heeft nog steeds als doel om de lezer, Jood én heiden te laten zien dat niemand rechtvaardig is. Alle mensen vallen van nature onder de toorn van God. In hoofdstuk 1 sprak hij over de mensen in het algemeen. Ze hebben God vaarwel gezegd en volgen hun eigen hartstochten. (terug te lezen in deel 4, De toorn van God over de heidenen: Rom.1:18-32)

In hoofdstuk 2:1-11 spreekt Paulus de lezer aan die zich moreel beter voelt dan anderen en denkt dat hij niet onder het oordeel valt. Dit zijn de mensen die anderen oordelen maar niet beseffen dat zij zich aan dezelfde zonden schuldig maken. Alle mensen verzamelen toorn, zolang ze het geduld van God niet aangrijpen om zich te bekeren. Dit geldt voor zowel de Jood als de Griek. (terug te lezen in deel 5: Niemand te verontschuldigen: Rom.2:1-11)

Lees meer

Niemand te verontschuldigen: Rom.2:1-11

Inleiding

In Romeinen 2:1-11 schrijft Paulus nog meer over de toorn van God. Op het eerste gezicht niet zo’n fijn onderwerp om mee bezig te zijn. Maar het is belangrijk. Hierdoor ontdekken we hoezeer we de gerechtigheid en genade van God nodig hebben. We zagen in de verzen 18 tot en met 32 van hoofdstuk 1 dat de mensen God buiten de deur hebben gezet. Daarom heeft God de wereld losgelaten en de mensen overgegeven aan hun eigen boze verlangens. Daardoor is het zo’n wanorde in de wereld. Hoewel de mensen weten dat God bestaat en dat Hij hun zondige houding en daden veroordeelt, houden ze geen rekening met Hem.

In dit hoofdstuk gaat Paulus een stap verder en spreekt hij de lezer, Jood én heiden, aan. Zijn uiteindelijk doel is om ons te laten zien dat niemand rechtvaardig is en dat alle mensen onder de toorn van God vallen. Ook als je de grove zonden, uit hoofdstuk 1, veroordeelt, ga je zelf niet vrijuit (Rom.2:1-3). En ook als je Jood bent, besneden en onderwezen in de wet, word je daardoor niet gerechtvaardigd (Rom.2:12-29).

  • We kijken eerst naar de verzen 1 tot en met 3. Over wie spreekt Paulus hier? En hoe sluiten deze verzen aan bij wat we de vorige keer besproken hebben?
  • Dan zien we in vers 4 dat God wacht met het oordeel zodat we tijd hebben om ons te bekeren.
  • In de verzen 5 en 6 noemt Paulus het gevolg als je je niet bekeert. Hij stelt hier vast dat God in het oordeel ieder zal vergelden naar zijn werken.
  • In de verzen 6 tot en met 10 licht hij dat verder toe.

Lees meer