Rechtvaardiging door het geloof: Rom.3:21-31

Inleiding

We zijn aangekomen bij een hoogtepunt in de Romeinenbrief: de rechtvaardiging door geloof. Hier in vers 21 van hoofdstuk 3 pakt Paulus de draad weer op van het onderwerp van de brief: het evangelie van Christus. Hij had dit aangekondigd in hoofdstuk 1, maar was daarna van zijn onderwerp afgeweken. Hij wilde ons eerst laten zien hoe groot onze nood is en hoe verloren we zijn. Nu we daar van doordrongen zijn, gaat hij verder met het goede nieuws van het evangelie van Christus. Hij sluit met vers 21 van hoofdstuk 3 aan op de verzen 16 en 17 van hoofdstuk 1:

Romeinen 1:16 en 17
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en [ook] voor de Griek.
Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 3:21 en 22
Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:
22 [namelijk] gerechtigheid van God door [het] geloof in [van] Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid.

In hoofdstuk 1 had hij gezegd dat de gerechtigheid van God in het evangelie wordt geopenbaard. Hier in hoofdstuk 3 gaat hij die gerechtigheid van God verder toelichten.
Als je wilt, kun je de studie over de verzen uit hoofdstuk 1 via de link terug lezen: De kern van de brief: Rom.1:16 en 17

Deze studie

Deze studie draait om het belangrijke Bijbelse principe van rechtvaardiging door geloof.
We zullen eerst kijken wat dit woord betekent en hoe Paulus het verbindt met het evangelie.
Daarna zien we dat rechtvaardiging buiten de wet om gaat (vers 21).
Dat de rechtvaardiging door Jezus Christus tot stand komt (verzen 22 tot en met 24).
En in de verzen 25 en 26 legt Paulus uit dat God rechtvaardig handelt wanneer Hij zondige mensen rechtvaardigt uit geloof.
In de verzen 27 tot en met 31 beantwoordt hij nog een aantal vragen die we zouden kunnen stellen na zijn uitleg over rechtvaardiging door geloof.

Lees meer

Alle mensen zijn zondaars: Rom.3:9-20

Inleiding

We komen met deze studie bij de afronding van het eerste belangrijke deel van de brief aan de Romeinen. Vanaf hoofdstuk 1:18 tot en met dit gedeelte heeft Paulus de totale verdorvenheid van de mens aangetoond. Dit was nodig om ons te laten zien dat we onszelf niet kunnen redden.

De mensen in het algemeen heeft hij besproken in Rom.1:18-32. In Rom.2:1-11 beschuldigde hij de mens die zichzelf rechtvaardigt. Daarna beschuldigde hij de Joden die de wet hebben en die besneden zijn naar het vlees (Rom.2:12-29). In Rom.3:1-8 onderbrak hij de aanklachten om een aantal tegenwerpingen te weerleggen. Nu sluit hij af met een samenvatting en het bewijs uit het Oude Testament. Het is geen rooskleurig beeld wat hij schetst in dit gedeelte. De verzen 10 tot en met 18 zijn geciteerd uit het Oude Testament en vormen het bewijsmateriaal van zijn betoog.

Lees meer

Het voorrecht van de Joden: Rom.3:1-8

Inleiding

Zijn jullie ook zo toe aan het goede nieuws van de rechtvaardiging door het geloof? Paulus heeft het aangekondigd in Romeinen 1:16 en 17. Maar daarna neemt hij een lange omweg voordat hij het weer oppakt in hoofdstuk 3:21. Het gedeelte waar we nu al vijf studies aan besteed hebben, is nodig om ons er van te doordringen dat we Gods gerechtigheid nodig hebben. De hele uiteenzetting van hoofdstuk 1:18 tot en met 3:20 gaat over het tekortschieten van alle mensen, of ze nu Jood of heiden zijn.

Lees meer

De Joden en de besnijdenis: Rom.2:25-29

Inleiding

Paulus had tot nu toe gesproken over de Joden en de wet. Hij heeft uitgelegd dat het hebben van de wet geen voorsprong geeft. Maar de Joden hadden naast de wet ook nog de besnijdenis. Het is alsof Paulus verwacht dat de lezers dat ter sprake zullen brengen. De wet brengt dan misschien geen voordeel maar de besnijdenis toch zeker wel?

Maar de besnijdenis heeft geen nut als je de wet niet houdt. Je bent dan in feite onbesneden. Het gaat niet om het uiterlijke teken van de besnijdenis maar om een innerlijke verandering. In deze studie wil ik laten zien wat de Bijbel leert over de besnijdenis. En hoe Paulus dit toepast in dit gedeelte van Romeinen.

Lees meer

De Joden en de wet (2): Rom.2:17-24

Inleiding

In de vorige studie heb ik de verzen 12 tot en met 16 van Romeinen 2 behandeld. Omdat de studie te lang werd, bespreek ik de verzen 17 tot en met 24 van dezelfde perikoop in dit blog.

Vanaf vers 17 komt Paulus bij het eigenlijke onderwerp: de Joden en de wet. De Jood denkt misschien dat de waarschuwing van Paulus voor het oordeel alleen voor de heidenen geldt. En dat er geen noodzaak is om je te bekeren als je de wet hebt. Dan zou alles wat hij gezegd heeft alleen maar voor de heidenen zijn en niet voor de Joden. Maar de boodschap van Paulus (het Evangelie van God!) is voor alle mensen. Daarom spreekt hij vanaf hier zonder omwegen de Joden aan.

Paulus bouwt zijn uiteenzetting weer zorgvuldig op. Hij wil duidelijk maken dat het hebben van de wet en het kennen van Gods wil niet voldoende zijn om Gods goedkeuring te krijgen. Weten wat Gods wil is, maakt je niet automatisch een goed mens. Dat blijkt uit het feit dat de heidenen God lasteren vanwege het tekortschieten van de Joden (vers 24). De Joden die Paulus aanspreekt, beroemden zich op de wet maar in de praktijk overtraden ze die.

Paulus noemt drie keer vier punten die hem uiteindelijk brengen bij zijn conclusie dat de Joden ten onrechte roemen in de wet.

Lees meer

De Joden en de wet: Rom.2:12-24

Inleiding

Paulus heeft nog steeds als doel om de lezer, Jood én heiden te laten zien dat niemand rechtvaardig is. Alle mensen vallen van nature onder de toorn van God. In hoofdstuk 1 sprak hij over de mensen in het algemeen. Ze hebben God vaarwel gezegd en volgen hun eigen hartstochten. (terug te lezen in deel 4, De toorn van God over de heidenen: Rom.1:18-32)

In hoofdstuk 2:1-11 spreekt Paulus de lezer aan die zich moreel beter voelt dan anderen en denkt dat hij niet onder het oordeel valt. Dit zijn de mensen die anderen oordelen maar niet beseffen dat zij zich aan dezelfde zonden schuldig maken. Alle mensen verzamelen toorn, zolang ze het geduld van God niet aangrijpen om zich te bekeren. Dit geldt voor zowel de Jood als de Griek. (terug te lezen in deel 5: Niemand te verontschuldigen: Rom.2:1-11)

Lees meer

Niemand te verontschuldigen: Rom.2:1-11

Inleiding

In Romeinen 2:1-11 schrijft Paulus nog meer over de toorn van God. Op het eerste gezicht niet zo’n fijn onderwerp om mee bezig te zijn. Maar het is belangrijk. Hierdoor ontdekken we hoezeer we de gerechtigheid en genade van God nodig hebben. We zagen in de verzen 18 tot en met 32 van hoofdstuk 1 dat de mensen God buiten de deur hebben gezet. Daarom heeft God de wereld losgelaten en de mensen overgegeven aan hun eigen boze verlangens. Daardoor is het zo’n wanorde in de wereld. Hoewel de mensen weten dat God bestaat en dat Hij hun zondige houding en daden veroordeelt, houden ze geen rekening met Hem.

In dit hoofdstuk gaat Paulus een stap verder en spreekt hij de lezer, Jood én heiden, aan. Zijn uiteindelijk doel is om ons te laten zien dat niemand rechtvaardig is en dat alle mensen onder de toorn van God vallen. Ook als je de grove zonden, uit hoofdstuk 1, veroordeelt, ga je zelf niet vrijuit (Rom.2:1-3). En ook als je Jood bent, besneden en onderwezen in de wet, word je daardoor niet gerechtvaardigd (Rom.2:12-29).

  • We kijken eerst naar de verzen 1 tot en met 3. Over wie spreekt Paulus hier? En hoe sluiten deze verzen aan bij wat we de vorige keer besproken hebben?
  • Dan zien we in vers 4 dat God wacht met het oordeel zodat we tijd hebben om ons te bekeren.
  • In de verzen 5 en 6 noemt Paulus het gevolg als je je niet bekeert. Hij stelt hier vast dat God in het oordeel ieder zal vergelden naar zijn werken.
  • In de verzen 6 tot en met 10 licht hij dat verder toe.

Lees meer

Adempauze

dirt road cover by dried leaves

Soms is het goed om even een adempauze te nemen. Inmiddels heb ik een inleiding en vier studies over Romeinen op mijn blog gezet. Daarmee is hoofdstuk 1 van de brief behandeld. Ik hoop dat de studies tot zegen zijn. Ik hoor van jullie dat het best een klus is om bij te blijven en … Lees meer

De toorn van God over de heidenen: Rom.1:18-32

Inleiding

In de vorige studie zagen we dat Paulus zijn uiteenzetting over de gerechtigheid van God onderbreekt vanaf vers 18 en pas weer opneemt in 3:20. Dat betekent niet dat het gedeelte wat we nu gaan bespreken niet belangrijk is. Integendeel, hij gaat in de verzen 1:18 tot en met 3:20 duidelijk maken waarom we de gerechtigheid van God nodig hebben. God openbaart namelijk ook Zijn toorn over de mensen. Paulus wil ons laten zien hoe verdorven en verloren de mens van nature is, zodat we beseffen dat het evangelie onze enige redding is.

Het opschrift boven dit gedeelte in de (herziene) Statenvertaling luidt: “de toorn van God over de heidenen”. Deze titel is enigszins misleidend want het gaat in deze perikoop over alle mensen. Paulus maakt geen uitzondering voor de Joden. Ook zij vallen onder deze toorn van God.

  • In deze studie zal ik eerst kijken naar de context van dit Schriftgedeelte. Hoe past deze perikoop in de rest van de Romeinenbrief?
  • Dan besteden we aandacht aan de verzen 18 tot en met 21, die spreken over de goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen die de waarheid van God onderdrukken.
  • Vervolgens zien we in de verzen 21-28 twee bewegingen die afwisselend beschreven worden:
    • De mensen die de goede dingen van God vervangen door de verkeerde dingen uit hun eigen hart.
    • God die daar op antwoordt met het overgeven van die mensen aan hun dwaling.
  • Dan zal ik uitleggen waarom Paulus in die verzen ook schrijft over homoseksualiteit.
  • Ten slotte geeft Paulus in de verzen 29-32 een opsomming van alle onrechtvaardigheid waarmee mensen vervuld zijn en lezen we zijn voorlopige conclusie.

Lees meer

De kern van de brief: Rom.1:16 en 17

Inleiding

Paulus vat de brief kernachtig samen in twee verzen. De (Herziene) Statenvertaling heeft van deze twee verzen een aparte perikoop gemaakt met als opschrift: De kern van de brief.

Romeinen 1:16 en 17
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en [ook] voor de Griek.
Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Paulus deelt hier de essentie van het evangelie waartoe hij was geroepen en afgezonderd (vers 1) en wat hij ook in Rome wilde verkondigen (vers 15). Romeinen 1:16 en 17 zijn een beknopte samenvatting van wat hij in de brief verder zal uitwerken. Dat maakt het moeilijk om ze los te bespreken. Je kunt de verzen het best begrijpen in het licht van de rest van de brief.

Wat zegt Paulus in vers 16 en 17 over het evangelie?

  1. Hij schaamt zich er niet voor
  2. Het is kracht van God om behouden te worden
  3. De redding is voor iedereen die gelooft, eerst de Jood en ook de Griek
  4. In het evangelie wordt de gerechtigheid van God geopenbaard
  5. Die gerechtigheid komt tot stand “uit geloof, tot geloof”
  6. De gerechtigheid uit geloof is aangekondigd in de Heilige Schriften door Habakuk

Lees meer

Het verlangen van Paulus naar Rome: Rom.1:8-15

Inleiding

Paulus wil de gelovigen in Rome laten weten hoezeer hij naar hen verlangt. Dat hij ze nog niet heeft bezocht, is niet omdat hij niet in hen geïnteresseerd is. Hij wil ook daar het evangelie delen wat hij aan de heidenen verkondigt. De verzen 8 tot en met 15 van Romeinen 1 vormen een brug tussen de aanhef van de brief en de inhoud. Voordat Paulus aan de inhoud begint wil hij met deze verzen duidelijk maken hoe hij over de gelovigen in Rome denkt.

In deze studie kijken we eerst naar wat we weten over het ontstaan van de gemeente in Rome. Daarna zien we in de verzen 8, 9 en 10, dat het verlangen van Paulus naar de Romeinen op allerlei manieren verbonden is met God. Ten slotte ontdekken we waarom Paulus graag naar Rome toe wil.

Lees meer

Afzender, groet en geadresseerden: Rom.1:1-7

Inleiding

De eerste zeven verzen van de Romeinenbrief vormen de aanhef van de brief. Deze aanhef heeft de structuur en indeling die gebruikt werd voor alle brieven in de oudheid. Die aanhef had drie elementen: de afzender bovenaan, dan de geadresseerden en dan een groet. Deze opbouw vind je in alle brieven van Paulus terug. Toch is dit gedeelte in de Romeinenbrief langer dan strikt noodzakelijk omdat Paulus de verzen 2 tot en met 6 toevoegt.

Hieronder heb ik de hoofdzin vetgedrukt. Daarin vinden we de hoofdgedachte van deze verzen én de drie basiselementen van de aanhef.

1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,
2 dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften,
3 ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David.
4 Wat de Geest van heiliging betreft, is met kracht bewezen dat Hij de Zoon van God is, door [Zijn] opstanding uit de doden, [namelijk] Jezus Christus, onze Heere.
5 Door Hem hebben wij genade en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam,
6 waartoe ook u behoort, geroepenen van Jezus Christus.
7 Aan allen die in Rome zijn, geliefden van God [en]geroepen heiligen: genade [zij] u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.

Lees meer