Gezag van het Nieuwe Testament

24 minuten lezen

Inleiding

Het Nieuwe Testament is een verzameling van 27 boeken die het tweede deel van onze Bijbels vormt. Wat is het gezag van deze boeken? Een belangrijke vraag die verschillend beantwoord wordt. Zelfs in christelijke kring is het niet meer vanzelfsprekend om deze boeken als het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God te zien.

In 2020 heb ik een blog geschreven met de titel: Wat zegt Jezus over de Bijbel? Daarin reageerde ik op de opvatting van het progressief christendom over de Bijbel. Zij zien de Bijbel niet langer als het gezaghebbende Woord van God. Als aanleiding gebruikte ik onder meer een citaat van Richard Rohr. Hij beweert dat Jezus “lichtzinnig” omging met de Bijbel en roept ons op om hetzelfde te doen. In dat blog toon ik, vanuit de Bijbel, aan dat Jezus uitermate serieus omging met de Hebreeuwse Schrift. Laten we inderdaad de Bijbel gebruiken zoals Jezus hem gebruikte en de Schrift met ontzag en dezelfde eerbied behandelen als Hij deed.

Is er verschil in gezag tussen het Oude en Nieuwe Testament?

In de dagen dat de Here Jezus op aarde was, moest het Nieuwe Testament nog geschreven worden. We kunnen ons daarom afvragen of die boeken hetzelfde gezag hebben als het Hebreeuwse Oude Testament. Er zijn (progressieve) christenen die vinden dat je het oneens mag zijn met de brieven van Paulus. Ze zien Paulus als de eerste theoloog, die zijn mening geeft net zoals theologen dat nu doen. Of ze vinden dat de evangeliën elkaar op meerdere punten tegenspreken. Dat heeft natuurlijk consequenties voor het gezag dat ze aan het Nieuwe Testament toekennen.

Boeken van het Nieuwe Testament betrouwbaar

Ik wil in deze studie argumenten naar voren brengen waarom ik geloof dat het Nieuwe Testament (in vervolg afgekort tot NT) met net zoveel gezag tot ons spreekt als het Oude. Deze studie is niet bedoeld om aan te tonen dat de boeken van het NT betrouwbaar zijn. In dit blog:

  • ga ik ervan uit dat de tekst van het NT een zuivere en correcte weergave is van de geschiedenis zoals die heeft plaatsgevonden;
  • ga ik er van uit dat de ons overgeleverde tekst van het NT voldoende overeenkomt met de oorspronkelijk opgeschreven teksten (de autografen) om erop te kunnen vertrouwen.

De betrouwbaarheid van het NT wordt aangevochten en betwijfeld op deze twee gebieden:

  • de tijdsperiode tussen de gebeurtenissen en het opschrijven ervan zou de overlevering onbetrouwbaar maken;
  • de veronderstelde verschillen tussen de autografen en de manuscripten die wij hebben, zou ons vertrouwen in de tekst verzwakken.

Deze bezwaren zal ik in een andere studie uitwerken.

Hoe lezen we?

Uiteindelijk gaat het erom hoe we de Bijbel lezen. Verwachten we al bij voorbaat fouten en tegenstrijdigheden te vinden? Lezen we om de tekst te bekritiseren? Of lezen we met de welwillendheid om Gods stem te verstaan in de tekst? En als we de tekst niet begrijpen, zijn we dan bereid om ons oordeel uit te stellen? Ik lees de Bijbel in het vertrouwen dat er een verklaring is voor de moeilijke teksten die ik tegenkom.

Woorden van Jezus

Jezus zegt in Mattheus 5:17 en 18

17 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
18 Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

Dit zegt Hij over de wet en de profeten, het Oude Testament. Maar in Mattheüs 24:35 voegt Hij er nog iets aan toe. Hij zegt dat ook Zijn woorden nooit zullen vergaan.

Mattheüs 24:35
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.

De schrijver van de Hebreeën brief zegt:

Hebreeën 1:1
Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,

De Zoon heeft “gesproken” met woorden en daden. Ik geloof dat de boeken van het NT de enige bron zijn om de woorden en daden van de Zoon, Jezus Christus, te leren kennen. Toen Jezus zei: “Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan”, deed Hij geen loze belofte.

Ik wil in deze studie laten zien dat alle boeken van het NT gericht zijn op het doorgeven van de woorden (of het Woord) van Jezus Christus. De belangrijkste waarborg dat dit correct is gebeurd, is de belofte van Jezus aan Zijn discipelen. In de evangeliën lezen we dat Hij zijn discipelen voorbereidt op het doorgeven van Zijn woorden en belooft dat ze daarin de hulp van de Heilige Geest zullen krijgen.

Opbouw van deze studie

Om te beginnen zal ik kijken naar wat Jezus zegt over de vorming van het NT. Dan zal ik het belang laten zien van ooggetuigen bij de overlevering van het geloof en het ontstaan van de Schrift. Ik zal de belangrijkste getuigen voor het voetlicht brengen en laten zien hoe zij zelf de nadruk leggen op de rechtmatigheid van hun getuigenis. Ik zal het achtereenvolgens hebben over Petrus, Johannes, Paulus en Lukas.

Jezus en de Evangeliën

Zegt Jezus iets over de vorming van het NT?

Jezus geeft de discipelen nergens opdracht om het evangelie op te schrijven. Toch belooft Hij hen dat ze hulp zullen krijgen van de Heilige Geest om hen te onderwijzen en om zich de dingen te herinneren:

Johannes 14:26
Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.

Johannes 15:26-27
26 Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die over Mij getuigen.
27 En u zult ook getuigen, want u bent van het begin af bij Mij.

Johannes 16:12-13
12 Nog veel heb Ik tegen u te zeggen, maar u kunt het nu niet dragen.
13 Maar wanneer Die komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen in heel de waarheid, want Hij zal niet vanuit Zichzelf spreken, maar wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken, en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen.

Johannes 13:7
Jezus antwoordde en zei tegen hem [tegen Simon Petrus tijdens de voetwassing]: Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het later inzien.

De hulp van de Heilige Geest zou er zijn:

  • om hen de woorden en daden van de Here Jezus uit het verleden in herinnering te brengen;
  • om hen de betekenis van de woorden en daden duidelijk te maken;
  • en om hen toekomstige dingen te verkondigen.

Deze hulp van de Heilige Geest in het herinneren, het uitleggen en verder onderwijzen zien we in het NT ook in actie:

Johannes 2:22
Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had.

Johannes 12:16
Dit nu begrepen Zijn discipelen eerst niet, maar toen Jezus verheerlijkt was, herinnerden zij zich dat dit over Hem geschreven was en dat zij dit met Hem gedaan hadden.

Lukas 12:11-12
11 Wanneer zij u dan zullen brengen naar de synagogen en voor de overheden en de machthebbers, wees [dan] niet bezorgd hoe of wat u ter verdediging moet zeggen of wat u moet spreken.
12 Want de Heilige Geest zal u in dat uur leren wat u moet zeggen.

Handelingen 1:2
2 tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door [de] Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven.

Het belang belang van ooggetuigen

In de eerste Korinthebrief van Paulus komt het belang van de ooggetuigen goed naar voren. In hoofdstuk 15 geeft hij een oudere geloofsbelijdenis door die hij zelf ontvangen heeft:

1 Korinthe 15:3-8
3 Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften,
4 en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften,
5 en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf.
6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten nu nog in leven zijn, maar sommigen ook zijn ontslapen.
7 Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen.
8 En als laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene.

Paulus schreef deze brief in 54 na Christus. De belijdenis die hij hier doorgeeft is echter veel ouder. Die wordt gedateerd tot maximaal 5 jaar na de kruisiging. Dat betekent dat de kernwaarheden van het geloof: de dood en opstanding van Jezus Christus, al rond het jaar 37 onder woorden waren gebracht.

Belangrijk is dat deze belijdenis verwijst naar ooggetuigen. Jezus is na Zijn opstanding verschenen aan de apostelen en aan een groep van meer dan vijfhonderd broeders tegelijk. Paulus wijst erop dat op het moment van schrijven de meesten van hen nog in leven zijn. De eerste lezers van de Korinthebrief konden navraag doen en de claim van Jezus opstanding controleren.

In deze studie zullen we zien dat de schrijvers van het NT zelf claimen (oog)getuigen te zijn geweest (Johannes, Petrus, Paulus) óf namens ooggetuigen te spreken (Lukas). De evangeliën en Handelingen zijn geen verhalen die decennialang door willekeurige mensen zijn doorverteld en “mooier” gemaakt voordat iemand het ging opschrijven. Ze zijn het verslag van de (oog)getuigen zelf of, in het geval van Lukas, van “degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest”. Waarbij Lukas alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht heeft, zodat hij het geordend op kon schrijven (Lukas 1:1-4).

Getuigenis van de apostelen

Niet alleen Paulus wijst in de Korinthe brief op de ooggetuigen. Ook uit de andere NT geschriften komt naar voren dat het getuigenis van de apostelen de kern is van de evangelieverkondiging.

Handelingen 1:8
maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

Dit werkt zich uit in het vervolg van Handelingen. Zie bijvoorbeeld wat Petrus zegt bij Cornelius:

Handelingen 10:39-41
39 En wij zijn getuigen van alles wat Hij (Jezus) gedaan heeft, zowel in het Joodse land als in Jeruzalem. Ze hebben Hem gedood door [Hem] aan een hout te hangen.
40 Deze heeft God opgewekt op de derde dag en Hij heeft gegeven dat Hij zou verschijnen,
41 niet aan heel het volk, maar aan de getuigen die door God tevoren verkozen waren, aan ons [namelijk,] die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was.

En Paulus zegt in de synagoge in Antiochië het volgende:

Handelingen 13:29-31
29 En toen zij alles volbracht hadden wat er over Hem geschreven was, namen zij [Hem] van het hout af en legden [Hem] in het graf.
30 Maar God heeft Hem uit de doden opgewekt;
31 [en] Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen die met Hem opgegaan waren van Galilea naar Jeruzalem en die [nu] Zijn getuigen zijn bij het volk.

Matthias als twaalfde apostel gekozen om mee te getuigen

Omdat de twaalf discipelen niet meer compleet waren vanwege het wegvallen van Judas, wordt er een vervanger gezocht:

Handelingen 1:21-22
21 Het is dus nodig dat een van de mannen die met ons omgegaan zijn gedurende heel de tijd dat de Heere Jezus onder ons in- en uitging,
22 te beginnen met de doop van Johannes tot op de dag waarop Hij van ons opgenomen werd, met ons getuige wordt van Zijn opstanding.

Merk op waar de vervanger van Judas aan moest voldoen. Het moest een broeder zijn die getuige was van het hele optreden van de Here Jezus. Vanaf de doop door Johannes de Doper tot op de dag van Zijn hemelvaart.

Petrus als getuige

Toespraken van Petrus in Handelingen

We hebben gezien dat de apostelen in Handelingen aangesteld worden om te getuigen (Handelingen 1:1,3 en 8). In zijn toespraken noemt Petrus telkens opnieuw het feit dat zij als apostelen getuigen zijn:

Handelingen 2:32
Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn.


Handelingen 3:15
maar de Vorst van het leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn.


Handelingen 5:32
En wij zijn Zijn getuigen van deze dingen, en ook de Heilige Geest, Die God gegeven heeft aan hen die Hem gehoorzaam zijn.

De brieven van Petrus

Petrus schrijft zijn tweede brief omdat hij weet dat hij niet lang meer zal leven. Hij wil dat de zekerheid van het geloof bij de lezers blijft, ook als hij er niet meer is om hen erover te vertellen. In vers 16 van hoofdstuk 1 zegt hij dat hij ooggetuige is geweest van de verheerlijking op de berg.

2 Petrus 1:15-18
15 Maar ik zal mij ook voortdurend beijveren dat u na mijn heengaan deze dingen in gedachten blijft houden.
16 Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit.
17 Want Hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid ontvangen, toen een stem als deze van de verheven heerlijkheid tot Hem kwam: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.
18 En deze stem hebben wij gehoord, toen deze vanuit de hemel kwam, terwijl wij met Hem op de heilige berg waren.

Deze gebeurtenis kennen wij uit de evangeliën (o.a. Mattheus 17:1-13). Petrus, Jakobus en Johannes hebben de heerlijkheid gezien en de stem van God gehoord die over Jezus kwam bij die gelegenheid. Dat is geen kunstig bedacht verhaaltje zegt Petrus, maar een feit waarvan wij getuige zijn geweest.

In zijn eerste brief noemt Petrus zichzelf een getuige van het lijden van Christus (1 Petrus 5:1).

Johannes als getuige

Evangelie van Johannes

We hebben al een aantal bijzondere teksten gezien in het evangelie van Johannes over de belofte van de Heilige Geest. Die Geest zou de getuigen helpen bij het herinneren van de woorden en gebeurtenissen. Johannes noemt in zijn evangelie dat hij, met de andere discipelen, getuige is geweest van de tekenen die Jezus in hun aanwezigheid heeft gedaan. Een selectie daarvan heeft hij beschreven in zijn evangelie, opdat wij zouden geloven:

Johannes 20:30-31
30 Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek,
31 maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.

Zie ook Johannes 21:24 en 25.

Brieven van Johannes

Johannes begint zijn eerste brief ook met een plechtige verklaring dat hij getuigen kan van het Woord des levens (Jezus Christus) omdat hij het gehoord en gezien en aangeraakt heeft :

1 Johannes 1:1-3
1 Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens
2 -want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard-
3 wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.

Paulus de dertiende apostel

Paulus heeft als apostel voor de heidenen een aparte plaats en roeping. De belangrijkste bevestiging van zijn apostelschap is dat de Here Jezus aan hem verschenen is:

1 Korinthe 15:8:
En als laatste van allen is Hij ook aan mij verschenen, als aan de ontijdig geborene.

Paulus zegt nog meer over zijn eigen roeping tot apostel. Tegen de Korintiërs die zijn apostolische gezag in twijfel trokken zegt hij:

1 Korinthiërs 9:1
Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? Bent u niet mijn werk in de Heere?

en

2 Korinthiërs 11:5
Want ik ben van mening dat ik in niets minder ben geweest dan de apostelen bij uitstek.

Zie ook: 2 Korinthiërs 12:11 en 12.

De bekering van Saulus

We lezen op verschillende plaatsen in het boek Handelingen over de bekering van Saulus. De ontmoeting van Saulus met de Here Jezus wordt beschreven in Handelingen 9:1-19. Daar noemt de Heer hem “een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”.
In Handelingen 22 vertelt Paulus zelf het verhaal van zijn bekering aan de Joden als hij gevangen genomen is in Jeruzalem. Hij vertelt hoe Ananias zegt:

Handelingen 22:14-15
14 En hij (Ananias) zei: De God van onze vaderen heeft u (Saulus) voorbestemd om Zijn wil te kennen en de Rechtvaardige te zien en de stem uit Zijn mond te horen,
15 want u moet voor Hem bij alle mensen getuige zijn van wat u hebt gezien en gehoord.

Nadat Paulus ook voor de raad gebracht is, verschijnt de Heere aan hem:

Handelingen 23:11
En de volgende nacht stond de Heere bij hem en zei: Heb goede moed, Paulus, want zoals u in Jeruzalem van Mijn [zaak] getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen.

Omdat de Joden een eed gezworen hadden om Paulus in een hinderlaag te lokken en te doden, laat Claudius Lysias hem overbrengen naar Caesarea. Daar wordt hij enkele jaren gevangen gehouden en mag zich verdedigen tegenover Festus en Agrippa. Daar getuigt hij opnieuw van zijn bekering:

Handelingen 26:15-16
15 En ik zei: Wie bent U, Heere? En Hij zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt.
16 Maar richt u op en sta op uw voeten, want hiertoe ben Ik aan u verschenen: om u aan te stellen als dienaar en getuige zowel van de dingen die u gezien hebt als van die waarin Ik [nog] aan u verschijnen zal;

Paulus is geroepen om te getuigen van wat hij gezien en gehoord heeft, maar ook van dingen die de Heer nog aan hem zou openbaren: “dingen waarin Ik (Jezus) nog aan u verschijnen zal”.

In Galaten verdedigt Paulus ook zijn speciale roeping en noemt hij de openbaring die hij rechtstreeks van Jezus Christus heeft ontvangen.

Galaten 1:11 en 12
11 Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie dat door mij verkondigd is, niet naar de mens is.
12 Want ik heb dat ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

In de tweede Korinthebrief (2 Korinthe 12:1-6) vertelt hij hoe hij opgenomen is geweest in de derde hemel en hoe hij verschijningen en openbaringen heeft gekregen.

Paulus brieven en zijn apostolisch gezag

In al zijn brieven, behalve Filippenzen en 1 en 2 Thessalonicenzen en Filemon, begint Paulus met het noemen van zijn roeping tot apostel:

  • Romeinen 1:1 Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,
  • 1 Korinthe 1:1 Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Sostenes, de broeder,
  • 2 Korinthe 1:1 Paulus, apostel van Jezus Christus door de wil van God, en Timotheüs, de broeder,
  • Galaten 1:1 Paulus, een apostel, niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden,
  • Efeze 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus die in Efeze zijn:
  • Kolossenzen 1:1 Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus, en Timotheüs, de broeder,
  • 1 Timotheüs 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus, overeenkomstig het bevel van God, onze Zaligmaker, en van de Heere Jezus Christus, onze hoop,
  • 2 Timotheüs 1:1 Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus met het oog op de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
  • Titus 1:1 Paulus, een dienstknecht van God en een apostel van Jezus Christus,

Aan de manier waarop Paulus zichzelf voorstelt in bijna al zijn brieven, zien we hoe belangrijk zijn apostelschap is. Het geeft zijn brieven gezag.
Kenmerken van zijn apostelschap:

  • Hij is apostel van Jezus Christus
  • Geroepen en afgezonderd
  • Door de wil van God
  • Overeenkomstig het bevel van God
  • Niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader

Petrus over de brieven van Paulus

In zijn tweede brief schrijft Petrus over de komst van de dag des Heeren en het geduld van de Here. En dat ook Paulus daarover schrijft in al zijn brieven:

2 Petrus 3:15-16
15 en beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid; zoals ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, u geschreven heeft,
16 zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften.

Petrus geeft toe dat de brieven moeilijk zijn en dat sommige mensen de inhoud ervan verdraaien. Het gaat om onkundige en onstandvastige mensen die dit met de brieven van Paulus doen, net als met de andere schriften. Hier blijkt dat de brieven van Paulus voor Petrus dezelfde status hebben als de geschriften van het Oude Testament.

Paulus geeft de woorden van Jezus door

Paulus is een geroepen apostel van Jezus Christus en getuigt van wat hij gezien en gehoord heeft en wat aan hem geopenbaard is. Hij ziet zijn leer als de woorden van de Heere Jezus Zelf, daarom schrijft hij aan Timotheüs:

1 Timotheüs 6:3-4a
3 Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht,
4 dan is hij verwaand, weet niets,

En in de tweede brief:

2 Timotheüs 1:13
Houd [u aan] het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus [zijn].

Paulus roept op tot navolging

De leer die Paulus brengt in zijn brieven is niet vrijblijvend. Hij is zeker van zijn roeping, van zijn gezag en van het feit dat de Heer door hem heen spreekt. Meerdere keren vraagt hij de lezers om hem na te volgen.

1 Corinthiërs 11:1
Wees navolgers van mij, zoals ik [navolger] van Christus [ben].


Filippenzen 3:17
Wees met elkaar mijn navolgers, broeders, en houd het oog gericht op hen die zó wandelen, zoals u ons tot een voorbeeld hebt.


1 Thessalonicen 1:6
Ook bent u navolgers geworden van ons en van de Heere, toen u het Woord aannam te midden van veel verdrukking, met blijdschap van de Heilige Geest,

Lukas

Als laatste wil ik Lukas als getuige naar voren brengen. Hij is, volgens de christelijke traditie, de schrijver van het evangelie van Lukas en het boek Handelingen. Hij was geen discipel van Jezus en schrijft zijn evangelie dan ook niet als ooggetuige. In Handelingen komt hij wel als ooggetuige naar voren, maar daarover later meer.

Lukas als historicus

Lukas besteedt in zijn boeken veel aandacht aan het plaatsen van de gebeurtenissen in de geschiedenis. Zo geeft hij in Lukas 3:1-2 een nauwkeurige tijdsbepaling voor de start van het optreden van Johannes de Doper. Dankzij deze verzen weten we precies in welke tijd we Johannes en Jezus moeten plaatsen in de ongewijde geschiedenis.

Lukas is ook belangrijk voor onze kennis over de eerste generatie christenen. Hij beschrijft in Handelingen hoe het evangelie door de apostelen verspreid werd. Eerst in Jeruzalem en in Judea, dan naar Samaria en daarna de rest van de toenmalige wereld. In de eerste twaalf hoofdstukken staat Petrus centraal. Vanaf Handelingen 13 is de apostel Paulus de hoofdpersoon.

Inleiding evangelie en handelingen

Lukas geeft ook allebei zijn boeken een inleiding. Daar blijkt hoe nauwkeurig hij te werk is gegaan bij het samenstellen van zijn evangelie en hoe Handelingen daarop aansluit.
Dit zijn de inleidende woorden van zijn evangelie:

Lukas 1:1-4
1 Aangezien velen ter hand genomen hebben een verslag op te stellen van de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben,
2 zoals zij die van het begin af ooggetuigen en dienaren van het Woord zijn geweest, aan ons overgeleverd hebben,
3 heeft het ook mij goedgedacht, na alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht te hebben, [het] geordend voor u te beschrijven, hooggeachte Theofilus,
4 opdat u de zekerheid kent van de dingen waarin u onderwezen bent.

Belangrijke informatie uit deze verzen:

  • Lukas is niet de eerste die een geschreven verslag maakt van de gebeurtenissen;
  • Lukas baseert zich op de overlevering van “zij die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest”;
  • Lukas heeft alles eerst nauwkeurig onderzocht. We moeten dan denken aan de verslagen die er al waren en mogelijk gesprekken met de ooggetuigen;
  • daarna heeft hij het geordend opgeschreven;
  • Theofilus zou op deze manier zekerheid hebben van de dingen waarin hij al (mondeling!) onderwezen was.

Het boek Handelingen sluit aan op het evangelie van Lukas. De eerste verzen maken dit duidelijk:

Handelingen 1:1-3
1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, over alles wat Jezus begonnen is te doen én te onderwijzen,
2 tot op de dag waarop Hij opgenomen is, nadat Hij door [de] Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven.
3 Hij heeft Zichzelf, nadat Hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij Hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen.

Belangrijke informatie uit deze verzen:

  • Lukas verwijst naar het evangelie, waarin hij gesproken heeft over alles wat Jezus was begonnen te doen en te onderwijzen. Waarmee Lukas suggereert dat hij in dit tweede boek beschrijft wat Jezus nog meer doet en onderwijst, namelijk door de Heilige Geest en via de apostelen;
  • Jezus heeft door de Heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten gegeven;
  • Jezus is levend aan hen verschenen met veel onmiskenbare bewijzen;
  • Hij was er veertig dag lang en sprak in die tijd met hen over het Koninkrijk van God.

Lukas als metgezel van Paulus

Er zijn gedeelten in Handelingen waar Lukas bij het schrijven “wij” gebruikt en zichzelf insluit in het verhaal. Dat wijst er op dat hij op bepaalde momenten reisgenoot is geweest van Paulus. De wij-gedeelten in Handelingen zijn in: 16:10-17, 20:5-21:18 en 27:1-28:16.

Lukas is dus voor een deel getuige van de zendingsreizen van Paulus en van zijn reis naar en verblijf in Rome. De meeste brieven van Paulus kunnen we ordenen dankzij de beschrijving van de geschiedenis in Handelingen. En dat Lukas en Paulus samengewerkt hebben, blijkt uit meerdere brieven van Paulus waar hij de groeten overbrengt van Lukas:

Kolossenzen 4:14
Lukas, de arts, de geliefde, groet u, en Demas.

Verder noemt Paulus hem in 2 Timotheüs 4:11 en Filemon 1:24.

Tot slot

Ik begon deze studie met de vraag of de boeken van het NT gezag hebben en welke argumenten daarvoor zijn. Samenvattend heb ik de volgende antwoorden gevonden:

  • Jezus Zelf heeft beloofd dat de Heilige Geest de discipelen zou helpen in het herinneren, het uitleggen en verder onderwijzen.
  • De evangeliën en Handelingen zijn verslagen van ooggetuigen. Een aantal getuigen heb ik preciezer bekeken:
  • Petrus:
    • In zijn toespraken in Handelingen noemt hij elke keer het feit dat zij, als apostelen, (oog)getuigen zijn van wat ze verkondigen.
    • Uit zijn brieven blijkt ook dat hij ooggetuige is geweest.
  • Johannes:
    • hij schrijft over de belofte van de Heilige Geest en de hulp die de geest daadwerkelijk geeft in het herinneren, uitleggen en getuigen;
    • in het evangelie beschrijft hij de tekenen die Jezus in aanwezigheid van de discipelen heeft gedaan;
    • zijn eerste brief begint met een verklaring dat hij getuigen kan van het Woord omdat hij het gehoord en gezien en aangeraakt heeft.
  • Paulus:
    • bij zijn bekering is Jezus aan hem verschenen en is hij als getuige aangesteld;
    • hij is door de wil van God een geroepen apostel en begint daarmee bijna al zijn brieven;
    • Petrus rekent de brieven van Paulus tot de Schrift;
    • Paulus noemt zijn leer “de gezonde woorden van de Here Jezus Christus”;
    • Paulus roept op om hem na te volgen;
    • kortom: Paulus is niet de eerste theoloog die zijn mening geeft. Hij is een apostel die met het gezag van een apostel de woorden van de Here Jezus doorgeeft.
  • Lukas:
    • Lukas is de schrijver van twee boeken waarin hij veel historische gegevens heeft gebruikt;
    • uit de inleidingen van zijn boeken blijkt dat hij nauwkeurig gewerkt heeft. Hij steunt op eerdere verslagen en op diegenen die van het begin ooggetuigen zijn geweest;
    • hij is zelf reisgenoot geweest van Paulus;
    • Paulus noemt hem in meerdere brieven als hij de groeten overbrengt.

Ik wil afsluiten met een tekst van Paulus over de Schrift:

2 Timotheus 3:16
Heel [de] Schrift [is] door God ingegeven en is nuttig om [daarmee] te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren [en] op te voeden in de rechtvaardigheid,

Heel de schrift (enkelvoud) is door God ingeblazen (θεόπνευστος).
Deze tekst heeft alleen betekenis als de Schrift gezag heeft. Een dwaling weerleggen door een beroep te doen op de Schrift heeft alleen maar zin als die ander de Schrift ook als gezaghebbend accepteert.

Meer lezen?

Heb je interesse om meer studies te lezen waarin ik de Bijbel verdedig?

Wat zegt Jezus over de Bijbel?
Waarom zijn de Evangeliën geschreven?
Waarom zijn de brieven geschreven?

Subscribe
Abonneren op
guest

2 Reacties
oudste
nieuwste
Inline Feedbacks
View all comments
Anja Bezemer
Anja Bezemer
8 maanden geleden

Geweldig Jolande….ik ben nog maar op de helft, maar zo goed geschreven!
Dankjewel hoor, dit ga ik zeker delen.
Lieve groet Anja

J.Verheul
J.Verheul
8 maanden geleden

Als je dit leest gaat de Bijbel en zeker het NT nog meer leven. Ik twijfelde niet aande betrouwbaarheid maar nu is het nog geweldiger. IK heb bewondering ook voor jou omdat zo duidelijk uit te leggen. Gods Zegen Je moeder.

2
0
Ben benieuwd naar jouw mening, reageer gerust!x