Het leven door de Geest (1): Rom.8:1-4

Inleiding

We beginnen in deze studie aan hoofdstuk 8. Misschien wel het mooiste hoofdstuk van de Romeinenbrief. Het hoofdstuk begint met:

Dus is er nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn.

Dus laat zien dat Paulus een conclusie gaat trekken uit wat hij eerder heeft geschreven. Het is niet alleen een antwoord op de laatste verzen van de vorige perikoop (Romeinen 7:24-26). Maar het is de climax van de voorgaande hoofdstukken vanaf hoofdstuk 5.

In deze studie zullen we kijken naar de eerste vier verzen van hoofdstuk 8. Ik zal laten zien wat de samenhang is met de voorgaande hoofdstukken. En wat Paulus precies zegt in de lange moeilijke zinnen van vers 2 en 3. Hij legt daar uit wat God gedaan heeft in en door Zijn Zoon. Zodat de rechtvaardige eis van de wet in ons vervuld kan worden.

Lees meer

Inwendige strijd: Rom.7:13-26

Inleiding

Het onderwerp van deze studie is opnieuw de wet en de zonde. De conclusie van de vorige perikoop was dat de wet goed is. Maar toch bleek dat het gebod voor de mens tot de dood leidde en niet tot het leven. Dat geeft aanleiding tot een nieuwe vraag: Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden?

Het korte antwoord van Paulus is, zoals ook op de vorige vragen: Volstrekt niet. De dood werd veroorzaakt omdat de zonde misbruik maakte van de wet. Dus de zonde is schuldig en niet de wet. Bovendien werd hierdoor iets heel belangrijks aangetoond. Namelijk hoe slecht de zonde eigenlijk is.

Twee manieren waarop dit gedeelte wordt gelezen

Boven deze perikoop staat “Inwendige strijd”. Dat zegt iets over de manier waarop de vertalers dit gedeelte opvatten. Ze lezen het als een strijd in het leven van de gelovige. Een strijd tussen de oude en de nieuwe mens. Maar bedoelt Paulus dat ook?
Dit zijn de twee verschillende manieren waarop dit gedeelte wordt uitgelegd:

  1. Paulus beschrijft de strijd van een wedergeboren mens om te leven als nieuwe mens, terwijl zijn oude natuur opspeelt.
  2. Paulus beschrijft de strijd die hij vroeger heeft ervaren en die iedereen ervaart die leeft onder de wet en met die wet de zonde probeert te bestrijden.

Als we snel en oppervlakkige lezen, lijkt de eerste manier van uitleg voor de hand te liggen. Paulus heeft het over “ik” en spreekt in de tegenwoordige tijd. Bovendien herkennen we het als hij zegt “Het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik”. Dat ervaren wij ook vaak in ons leven.

Toch is er heel wat op deze uitleg af te dingen. Als we dit gedeelte lezen in samenhang van de hoofdstukken 6, 7 en 8 dan is de tweede uitleg waarschijnlijker.

Lees meer

De wet leert de zonde kennen: Rom.7:7-12

Inleiding

In de eerste zes verzen van Romeinen 7 heeft Paulus laten zien dat wij als gelovigen niet meer onder de wet leven. Eerder in de brief had hij al gezegd dat de zonde toeneemt door de wet. Paulus lijkt de wet negatief te beoordelen. Dat roept natuurlijk vragen op, zeker bij de Joodse lezers van de brief. Vandaar de vraag in vers 7: Is de wet zonde? Zijn wet en zonde hetzelfde?

Nee, zegt Paulus, volstrekt niet. Maar de wet zorgt ervoor dat we de zonde gaan kennen als een bewuste overtreding van Gods richtlijnen. De wet geeft aan de zonde een gezicht en een naam.

In de rest van hoofdstuk 7 gaat Paulus uitleggen dat de wet goed is. Maar ook dat de wet ons niet helpt om goed te leven.

Lees meer

Vrij van de wet: Rom.7:1-6

Inleiding

In deze studie gaan we kijken naar de eerste zes verzen van hoofdstuk 7. Dat hier een nieuw hoofdstuk begint is jammer omdat deze verzen nog horen bij het antwoord op de vraag die Paulus in Romeinen 6:15 stelde. Aan de andere kant is het te begrijpen omdat vanaf deze verzen de toelichting over de wet begint. En in heel hoofdstuk 7 staat de wet centraal.

Zo vormen deze verzen een verbinding tussen hoofdstuk 6 waar het ging over de zonde en hoofdstuk 7, waar het gaat over de wet.

Wat was de vraag ook al weer?

In Romeinen 6:15 vroeg Paulus of we kunnen blijven zondigen omdat we niet onder de wet zijn maar onder de genade. In de vorige studie zagen we zijn antwoord daarop. Als slaaf van de zonde krijg je het loon van de zonde: de dood. Maar als je gehoorzaam bent en de gerechtigheid dient, draag je vrucht en krijg je het eeuwige leven. Als we geloven, zijn we vrijgemaakt van de zonde en dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid (Romeinen 6:17-18).

In Romeinen 7:1-6 voegt hij uitleg toe over de wet. Hij toont aan dat de wet zelf illustreert dat we niet meer onder de wet zijn. De wet heeft alleen maar zeggenschap over de levenden. Wij zijn samen met Christus gedood voor de wet en dus niet langer onder de wet. En juist omdat we niet meer onder de wet zijn, kunnen we ons verbinden aan een nieuwe Meester en kunnen we vrucht dragen voor God.

Lees meer

Dienstbaar aan de gerechtigheid: Rom.6:15-23

Inleiding

Als we niet onder de wet leven, maar onder de genade, betekent het dan dat we vrijuit kunnen zondigen? Volstrekt niet zegt Paulus. En hij legt uit wat het verschil is tussen een leven als slaaf van de zonde en een leven in dienst van God.

De vraag die we in deze studie behandelen, lijkt op de vraag die Paulus in vers 1 van hoofdstuk 6 stelde. Daar vroeg hij of we in de zonde kunnen blijven omdat er dan meer genade is. Paulus wees ons in zijn antwoord op onze eenheid met Christus. We zijn mét Hem gestorven, begraven en weer opgestaan. Daarom hoeven we niet langer de zonde te dienen maar kunnen we in een nieuw leven wandelen (Romeinen 6:4). In de verzen 11, 12 en 13 riep Paulus ons op om vanuit dat inzicht te leven en onszelf ter beschikking te stellen aan God en Zijn gerechtigheid.

Nu in vers 15 van dit hoofdstuk stelt hij een soortgelijke tweede vraag: Zullen we zondigen omdat we niet onder de wet zijn maar onder de genade?

Lees meer

Gestorven aan de zonde: Rom.6:1-14

Inleiding

Speelt de zonde nog een rol in het leven van de gelovige? Dat is de vraag die Paulus in dit gedeelte wil beantwoorden.

In de vorige studie zagen we dat Paulus in de hoofdstukken 6, 7 en 8 een viertal vragen oproept en beantwoordt. Hij gebruikt die vragen en antwoorden om te spreken over de zonde en de wet. In deze studie staat de eerste vraag centraal: Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Het korte antwoord is: Nee, we zijn gestorven met betrekking tot de zonde.

Als Paulus dit gaat uitleggen spreekt hij eerst ons verstand aan. Er zijn een aantal heilsfeiten die we behoren te weten. Dan wendt hij zich tot ons hart. We moeten er mee rekenen dat deze feiten in Christus ons deel zijn. Tenslotte spreekt hij onze wil aan. We moeten ervoor kiezen om te leven in overeenstemming met onze positie in Christus.

Lees meer

Adam en Christus: Rom.5:12-21

Inleiding

In de vorige studie zagen we dat God het initiatief nam om ons te redden toen wij nog zondaars waren. Door geloof zijn wij, die vroeger zondaars en vijanden waren, met God verzoend.

Paulus beschrijft dus twee groepen mensen. Een groep waartoe alle mensen van nature behoren, de groep die vijandig staat tegenover God. En een tweede groep die vroeger zondaars en vijanden waren maar die nu, door geloof, verzoend zijn met God.

In dit gedeelte gaat Paulus verder uitleggen hoe het zit met die twee groepen mensen. De eerste groep waar alle mensen toe behoren, wordt vertegenwoordigd door Adam. Adam is de eerste mens die zondigde en daarmee kwam de zonde en de dood als macht in de wereld. Dit heeft grote gevolgen voor alle afstammelingen van Adam. Zij erven de zondige natuur van Adam en sterven net zoals hij.

Maar er is een tweede Mens, Jezus Christus, die gerechtigheid en leven brengt. En zoals die ene mens, Adam, de zonde en de dood in de wereld gebracht heeft, zo heeft de Ene Mens Jezus Christus de genade en het leven gebracht. Door geloof krijgen we deel aan die tweede Mens.

Lees meer

De vrucht van de rechtvaardiging: Rom.5:1-11

Inleiding

In hoofdstuk 5 beginnen we aan het meer praktische deel van de Romeinenbrief. Tot nu toe heeft Paulus vooral de theorie, de leerstellingen van de rechtvaardiging besproken. Wat was de boodschap in de eerste vier hoofdstukken?

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.

Vanaf dit hoofdstuk gaat Paulus in op de praktische consequenties van de rechtvaardiging uit geloof. Maar in deze perikoop, die een soort inleiding vormt voor de hoofdstukken die komen, gaat het vooral over God en pas in tweede instantie over ons.

Lees meer

Abraham door het geloof gerechtvaardigd (2): Rom.4:13-25

inleiding

In de vorige studie hebben we gezien hoe Paulus het leven van Abraham als voorbeeld nam om de rechtvaardiging uit het geloof uit te leggen. Aan Abrahams leven kunnen we zien dat rechtvaardiging niet uit werken is, maar uit geloof (Rom.4:1-8). En dat het los staat van de besnijdenis. Abraham werd immers gerechtvaardigd uit het geloof, lang voordat hij de besnijdenis ontving (Rom.4:9-12).

Lees meer

Abraham door het geloof gerechtvaardigd: Rom.4:1-12

Inleiding

In deze studie gaan we zien hoe Abraham het voorbeeld is voor de gelovigen. In het vorige hoofdstuk van Romeinen hebben we ontdekt dat God de gelovige rechtvaardig rekent. Dit kan Hij doen omdat onze zonden toegerekend zijn aan Christus Jezus. God heeft Hem als middel tot verzoening aangewezen (Rom.3:24 en 25).
Hoofdstuk 3 eindigde met drie vragen waarop Paulus een kort antwoord gaf:

  1. Waar is de roem? Rom.3:27
    • Die is uitgesloten
  2. Is God alleen van de Joden of ook van de heidenen? Rom.3:28-30
    • Er is maar één God die besnedenen en onbesnedenen door geloof rechtvaardigt
  3. Hoe zit het met de wet? Rom.3:31
    • Wij doen de wet niet teniet maar bevestigen de wet

In hoofdstuk 4 gaat Paulus deze drie punten verder toelichten vanuit het Oude Testament. Hij laat zien dat rechtvaardiging altijd gegeven is aan degene die gelooft. Hij noemt Abraham en David als voorbeelden.

Lees meer

Rechtvaardiging door het geloof: Rom.3:21-31

Inleiding

We zijn aangekomen bij een hoogtepunt in de Romeinenbrief: de rechtvaardiging door geloof. Hier in vers 21 van hoofdstuk 3 pakt Paulus de draad weer op van het onderwerp van de brief: het evangelie van Christus. Hij had dit aangekondigd in hoofdstuk 1, maar was daarna van zijn onderwerp afgeweken. Hij wilde ons eerst laten zien hoe groot onze nood is en hoe verloren we zijn. Nu we daar van doordrongen zijn, gaat hij verder met het goede nieuws van het evangelie van Christus. Hij sluit met vers 21 van hoofdstuk 3 aan op de verzen 16 en 17 van hoofdstuk 1:

Romeinen 1:16 en 17
Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en [ook] voor de Griek.
Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Romeinen 3:21 en 22
Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:
22 [namelijk] gerechtigheid van God door [het] geloof in [van] Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid.

In hoofdstuk 1 had hij gezegd dat de gerechtigheid van God in het evangelie wordt geopenbaard. Hier in hoofdstuk 3 gaat hij die gerechtigheid van God verder toelichten.
Als je wilt, kun je de studie over de verzen uit hoofdstuk 1 via de link terug lezen: De kern van de brief: Rom.1:16 en 17

Deze studie

Deze studie draait om het belangrijke Bijbelse principe van rechtvaardiging door geloof.
We zullen eerst kijken wat dit woord betekent en hoe Paulus het verbindt met het evangelie.
Daarna zien we dat rechtvaardiging buiten de wet om gaat (vers 21).
Dat de rechtvaardiging door Jezus Christus tot stand komt (verzen 22 tot en met 24).
En in de verzen 25 en 26 legt Paulus uit dat God rechtvaardig handelt wanneer Hij zondige mensen rechtvaardigt uit geloof.
In de verzen 27 tot en met 31 beantwoordt hij nog een aantal vragen die we zouden kunnen stellen na zijn uitleg over rechtvaardiging door geloof.

Lees meer