Wat zegt Jezus over de Bijbel?

Is de Bijbel Gods Woord?

Of is het een boek waarin mensen van vroeger hun ervaringen met God hebben beschreven?
Een ander soort blog deze keer dan wat je van mij gewend bent. Maar dit houdt me bezig en ik denk dat het belangrijk is dat gelovigen hier een antwoord op hebben.
Ik merk dat er een stroming in de evangelische kerken binnendringt die de Bijbel niet meer ziet als Gods Woord. Natuurlijk zegt men dat niet met zoveel woorden. De autoriteit van de Bijbel wordt op een meer subtiele manier aangetast. Bijvoorbeeld op de website Lazarus (hét online platform voor progressieve christenen van de Evangelische Omroep). Ik lees daar in een blog:

“Met andere woorden, de Bijbel is een verzameling van boeken over mensen die veel op ons lijken, die proberen erachter te komen hoe het zit, en doen wat ze kunnen om er iets van te maken.”

Dat klinkt behoorlijk vaag in mijn oren. De Bijbelboeken zijn dus geschreven door mensen die ook maar “probeerden” om te ontdekken hoe het zit. Wat moet ik met zo’n boek? De Bijbel verdient dan hooguit een plekje in de alsmaar uitdijende bibliotheek met zelfhulpboeken die de wereld rijk is.

In een andere blogpost op dezelfde website lees ik een citaat van Richard Rohr:

Als we kijken naar de manier waarop hij (Rohr bedoelt Jezus) de Bijbel uitlegde, zouden we zelfs kunnen zeggen dat Jezus lichtzinnig omging met de enige Bijbel die hij kende – de Hebreeuwse Bijbel.

Ging Jezus lichtzinnig om de Schriften? Ik denk dat de Bijbel iets heel anders aantoont. Hij nam de Schrift uitermate serieus en roept ons op om hetzelfde te doen. In deze blog een aantal argumenten vanuit de Bijbel die dit aantonen.

Volgens Jezus is de Schrift “door God gesproken”

In Mattheus 22:21-33 heeft Jezus een discussie met de Sadduceeën. Deze groepering geloofde niet in de opstanding. Zij vragen Hem hoe het is in de hemel als je hier op aarde meerdere huwelijken hebt gehad. Met wie ben je dan in de hemel getrouwd? Jezus zegt dat ze dwalen en de Schrift niet kennen. In de hemel is het niet zoals hier op aarde en Hij voegt er aan toe:

Mattheus 22:31-32
En wat de opstanding van de doden betreft, hebt u niet gelezen wat door God tot u gesproken is, toen Hij zei:
Ik ben de God van Abraham en de God van Izak en de God van Jakob? God is niet een God van doden, maar van levenden.

Hij verwijst hiermee naar Exodus 3:6 waar God tot Mozes spreekt vanuit de brandende doornstruik. Let op dat Jezus hier niet zegt: “hebt u niet gelezen wat Mozes heeft geschreven of meegemaakt?”. Lees ook Mattheüs 15:4 en Markus 7:8-13.

Volgens Jezus is de Schrift door de Geest geïnspireerd

In Mattheüs 22:41-46 stelt Jezus een vraag aan de Farizeeën. Een interessante vraag als we die goed tot ons door laten dringen. Het antwoord wordt niet gegeven maar Jezus impliceert hiermee dat Hij niet alleen de zoon van David is, maar ook de zoon van God. Het gaat me nu om de manier waarop Hij de vraag stelt:

Mattheüs 22:43-45
Hij zei tegen hen: Hoe kan David Hem dan, in de Geest, [zijn] Heere noemen, als hij zegt:
De Heere heeft gezegd tegen Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter[hand], totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
Als David Hem dan [zijn] Heere noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn?

Toen David psalm 110 schreef, werd hij volgens Jezus door de Geest geïnspireerd om iets te zeggen wat best wel onlogisch klinkt: “De Heere heeft gezegd tot mijn Heere”.

Jezus geeft de Bijbel autoriteit

Als Jezus wordt verzocht in de woestijn door de duivel dan antwoordt Hij met “Er staat geschreven”. We lezen deze geschiedenis in Mattheüs 4:1-11 en Lukas 4:1-13. De duivel had in de hof tegen Eva gezegd: “Is het echt zo dat God gezegd heeft?”. Daarmee had hij twijfel gezaaid over de woorden van God. Jezus pareert hier de duivel door diens woorden om te draaien. “Er staat geschreven”, met andere woorden: “God heeft gezegd”. Hij antwoordt de duivel met de Schrift, zonder daar iets aan toe te voegen. Hij bevestigt daarmee de autoriteit van wat geschreven is. Dat is waaraan Jezus zich vasthoudt, dat is waar Hij zich op beroept en aan onderwerpt.

Jezus leert dat de Schriften historisch betrouwbaar zijn en geen mythologie

Jezus spreekt over de personen uit het Oude Testament op een manier die laat zien dat Hij ze als echte historische personen ziet. Hij noemt Abel, Noach, Abraham, Lot, Izak, Jakob, Mozes, David, Salomo, Elia, Elisa, Jona en Zacharia. Hij noemt gebeurtenissen zoals de schepping, de zondvloed en Jona die naar Ninevé moest.
In Lukas 11:51 vat Jezus de geschiedenis samen vanaf de grondlegging van de wereld en doet dit aan de hand van twee profeten die aan het begin en aan het einde van de Hebreeuwse Bijbel genoemd worden:

Lukas 11:50 en 51
opdat van dit geslacht afgeëist wordt het bloed van alle profeten dat van de grondlegging van de wereld af vergoten is,
van het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die omgebracht is tussen het altaar en het huis van [God.] Ja, Ik zeg u, het zal afgeëist worden van dit geslacht.

Volgens Jezus kan de Schrift niet gebroken worden

In een discussie met ongelovige Joden die Hem willen stenigen, zegt Jezus dat de Schrift “niet gebroken kan worden”. De NBV vertaalt met: “De Schrift blijft altijd van kracht” en Groot Nieuws Bijbel met: “De Schrift verliest nooit haar geldigheid”. Hij licht het verder niet toe, maar wat dit argument misschien wel sterker maakt: Hij veronderstelt dat iedereen dit weet.

Johannes 10:35 (SV)
Indien [de] [wet] die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;

Gods Woord is de waarheid

Jezus gaat er van uit dat Gods Woord de waarheid is. In Johannes 17 bidt Hij tot de Vader en zegt:

Johannes 17:17
Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

Jezus zegt dat de Schrift altijd blijft

De gedachte dat het Woord van God blijvend is kennen we uit het Oude en Nieuwe Testament. Het Woord is blijvend in tegenstelling tot de mens die kortstondig is, zoals het gras en de bloemen. Jesaja heeft dit heel mooi verwoord en Petrus haalt het aan in 1 Petrus 1:24 en 25.

Jesaja 40:6-8
Een stem zegt: Roep! En hij zegt: Wat moet ik roepen? Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid als een bloem op het veld.
Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest van de HEERE erover blaast. Voorwaar, het volk is gras.
Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig.

Jezus sluit aan bij de gedachte dat het Woord eeuwig is en zolang zal bestaan als dat hemel en aarde zullen bestaan:

Mattheüs 5:17 en 18
Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

Lukas 16:17
En het is gemakkelijker dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat één tittel van de wet wegvalt.

In Mattheüs 24:35 voegt Hij er nog iets aan toe. Hij zegt dat ook Zijn woorden nooit zullen vergaan. We kennen Zijn woorden omdat ze overgeleverd zijn in de Evangeliën. Dat betekent dat Jezus hier op voorhand gezag geeft aan het Nieuwe Testament:

Mattheüs 24:35
De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan.

Jezus bevestigt dat de Schriften over Hem gaan

In Lukas 24:25-27 heeft Jezus, na Zijn opstanding een gesprek met twee discipelen die op weg zijn naar Emmaüs. Ze zijn verdrietig omdat Jezus gekruisigd is en omdat zij dachten dat Hij degene was die Israël verlossen zou. Ze herkennen Hem niet. Dan legt Hij uit dat de Schriften over Hem gaan:

Lukas 24:25-27
En Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben!
Moest de Christus dit niet lijden en [zo] in Zijn heerlijkheid ingaan?
En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem [geschreven] was.

Ergens anders lezen we dat Jezus tegen de Joden zegt dat de Schriften van Hem getuigen:

Johannes 5:39
U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.

Conclusie

Jezus leerde dat de Bijbel het gezaghebbende, geïnspireerde, historisch betrouwbare, ongebroken, blijvende woord van God is, dat van Hem getuigt. Hoezo kan Rohr beweren dat Jezus “lichtzinnig omging met de Hebreeuwse Bijbel”? Ik zou willen zeggen tegen Rohr en zijn medestanders: “jullie dwalen zeer en kennen de Schriften niet”.

Wees kritisch op wat je hoort van je voorganger of dominee, ook in evangelische en charismatische kring. En toets de informatie die je hoort en ziet op internet. Het afbrokkelen van geloof in christelijke waarheden die enkele decennia geleden nog gemeengoed waren, is volop aan de gang.
Waar kun je met name op letten? Er zijn bepaalde onderwerpen die populair zijn onder progressieve christenen. Let extra goed op bij de volgende zaken:
LGBTQ, alverzoening (christelijk universalisme), Black Lives Matter, critical theory, spiritueel ontwaken, esoterisch christendom, deconstructie (hiermee bedoelen ze het afbreken van jouw “verouderde ideeën” over het geloof).

Subscribe
Abonneren op
guest
4 Reacties
oudste
nieuwste
Inline Feedbacks
View all comments
Anja Bezemer
Anja Bezemer
6 maanden geleden

Duidelijk Jolande….dankjewel

Janny
Janny
6 maanden geleden

Heb ik toch nog een goeie preek gehoord.

Gerrrie
Gerrrie
6 maanden geleden

Geweldig Jolande! Hierom respecteer ik je zo!!

4
0
Ben benieuwd naar jouw mening, reageer gerust!x
()
x