Inwendige strijd: Rom.7:13-26

Inleiding

Het onderwerp van deze studie is opnieuw de wet en de zonde. De conclusie van de vorige perikoop was dat de wet goed is. Maar toch bleek dat het gebod voor de mens tot de dood leidde en niet tot het leven. Dat geeft aanleiding tot een nieuwe vraag: Is dan het goede de oorzaak van mijn dood geworden?

Het korte antwoord van Paulus is, zoals ook op de vorige vragen: Volstrekt niet. De dood werd veroorzaakt omdat de zonde misbruik maakte van de wet. Dus de zonde is schuldig en niet de wet. Bovendien werd hierdoor iets heel belangrijks aangetoond. Namelijk hoe slecht de zonde eigenlijk is.

Twee manieren waarop dit gedeelte wordt gelezen

Boven deze perikoop staat “Inwendige strijd”. Dat zegt iets over de manier waarop de vertalers dit gedeelte opvatten. Ze lezen het als een strijd in het leven van de gelovige. Een strijd tussen de oude en de nieuwe mens. Maar bedoelt Paulus dat ook?
Dit zijn de twee verschillende manieren waarop dit gedeelte wordt uitgelegd:

  1. Paulus beschrijft de strijd van een wedergeboren mens om te leven als nieuwe mens, terwijl zijn oude natuur opspeelt.
  2. Paulus beschrijft de strijd die hij vroeger heeft ervaren en die iedereen ervaart die leeft onder de wet en met die wet de zonde probeert te bestrijden.

Als we snel en oppervlakkige lezen, lijkt de eerste manier van uitleg voor de hand te liggen. Paulus heeft het over “ik” en spreekt in de tegenwoordige tijd. Bovendien herkennen we het als hij zegt “Het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik”. Dat ervaren wij ook vaak in ons leven.

Toch is er heel wat op deze uitleg af te dingen. Als we dit gedeelte lezen in samenhang van de hoofdstukken 6, 7 en 8 dan is de tweede uitleg waarschijnlijker.

Opbouw van deze studie

Ik zal eerst het gedeelte vers voor vers bespreken zodat de lijn van Paulus uiteenzetting duidelijk wordt. Daarna zal ik ingaan op de vraag over wie Paulus spreekt. De wedergeboren mens of de niet wedergeboren, maar wel religieuze, mens.

Vers 13: Heeft het goede mij gedood?

We beginnen deze studie met vers 13 van Romeinen 7. Hoewel de Herziene Statenvertaling deze perikoop met vers 14 begint. De verzen 14 tot en met 26. beantwoorden namelijk de vraag die Paulus in vers 13 stelt:

13 Is dan het goede [de oorzaak van] mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft-opdat zij als zonde zichtbaar zou worden-door het goede voor mij de dood teweeggebracht, opdat door het gebod de zonde uitermate zondig zou [blijken te] zijn.

In hoofdstuk 6 had Paulus twee vragen gesteld over de zonde (Romeinen 6:1 en 6:15). In hoofdstuk 7 stelt hij twee vragen over de wet (7:7 en 7:13). De vraag van vers 7 was “Is de wet hetzelfde als de zonde”. Volstrekt niet hebben we in de vorige studie gezien. De zonde maakt weliswaar misbruik van de wet maar de wet zelf is heilig en rechtvaardig en goed.

Is dan het goede, de wet, mijn dood geworden vraagt Paulus nu? Nee ook hier is het antwoord Volstrekt niet. Maar de wet ontmaskert de zonde. Door misbruik te maken van het goede gebod wordt duidelijk hoe in en in slecht de zonde is.

Verzen 14-17 en 18-20: slechtheid van de zonde

Vanaf vers 14 gaat Paulus uitleggen hoe de slechtheid van de zonde blijkt. Het is een toelichting op de vraag die hij in vers 13 stelt en al kort beantwoord heeft. Hij doet dit door te wijzen op iets wat de lezer al moet weten. Vers 14 begint met “want wij weten”. Vers 18 met “want ik weet”. Wat hij in de verzen 14 tot en met 17 zegt, herhaalt hij met iets andere woorden in de verzen 18 tot en met 20. We kunnen deze verzen naast elkaar lezen:

Romeinen 7:14-17Romeinen 7:18-20
14 Want wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.18  Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont.
15  Wat ik namelijk teweegbreng, doorzie ik niet,Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet.
want niet wat ik wil, dat doe ik, maar wat ik haat, dat doe ik.19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
16  En als ik dat doe wat ik niet wil, val ik de wet bij dat zij goed is.20  Als ik nu dat doe wat ik niet wil,
17  Nu ben ik het echter niet meer die dit teweegbrengt, maar de zonde die in mij woont.breng ík dat niet meer teweeg, maar de zonde die in mij woont.

Wij zijn verkocht onder de zonde

Paulus zegt in vers 14 dat we vleselijk zijn, verkocht onder de zonde. In vers 18 herhaalt hij dit en zegt dat in het vlees niets goeds woont. Hoe heeft hij dat ontdekt? Hij is er achter gekomen dat hij wel het goede wil doen, maar dat hij in de praktijk het kwade doet. Dat wat hij juist niet wil. Deze ontdekking benoemt hij twee keer in vers 15 en 16 en hij herhaalt het in 18b en 19.

De zonde die in mij woont

Dat brengt hem tot de conclusie dat de ik niet is opgewassen tegen de zonde die in hem woont. Vers 17 en vers 20 mogen we niet los zien van de verzen ervoor. Paulus wil benadrukken dat het ik, die het goede wil doen maar het niet kan, onder de macht is van de zonde. Niet de ik die ziet dat de wet goed is heeft de controle. Maar de ik die alsnog het kwade kiest onder invloed van de zonde die in hem woont. Dit pleit de ik niet vrij.

Verzen 21-23: De wetmatigheid die Paulus ontdekt heeft

21 Ik ontdek dus deze wet [in mij]:dat, als ik het goede wil doen, het kwade dicht bij mij ligt.
22 Want naar de innerlijke mens verheug ik mij in de wet van God.
23 Maar in mijn leden zie ik een andere wet, die tegen de wet van mijn verstand strijd voert en mij tot gevangene maakt van de wet van de zonde, die in mijn leden is.

Paulus komt tot deze slotsom. Hij wil wel met zijn verstand de wet van God houden, maar hij kan het niet omdat de zonde hem gevangen houdt.

Hij speelt hier met het woord “wet”.

  • In vers 21 noemt hij eerst de “wet” die hij in zichzelf ontdekt heeft. Dat is een wetmatigheid: Als hij het goede wil doen, doet hij vaak juist het kwade.
  • In vers 22 spreekt hij over de wet van God, dat is de wet die hij in vers 12 “heilig en rechtvaardig en goed” genoemd heeft.
  • In vers 23 ziet hij in zijn leden een “andere wet”, dat is de wetmatigheid uit vers 21, die strijd voert tegen de “wet van zijn verstand”.
  • De “wet van zijn verstand” stemt van harte in met de “wet van God”. Met zijn verstand verheugt hij zich in die wet.
  • Maar de wetmatigheid van vers 21, namelijk de “andere wet” (vers 23), maakt hem echter een gevangene van de “wet van de zonde”.

Verzen 24-26: Ik ellendig mens

24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?
25 Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.
(26) Zo dien ik dan zelf wel met het verstand de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde.

De conclusie van Paulus is dat de mens verlossing nodig heeft. Wie kan hem verlossen? Zijn eigen ik kan de zonde niet beteugelen, zelfs niet als hij van harte instemt met de wet van God. De verlossing die nodig is, is tot stand gebracht door Jezus Christus. Dat is dan ook de uitroep in vers 25. Niet ik kan mezelf verlossen maar Jezus Christus alleen.

Vers 26 is de conclusie van de verzen 14 tot en met 24. Ikzelf kan wel met mijn verstand beamen dat de wet goed is. Maar ook dan dien ikzelf nog steeds met het vlees de zonde. Paulus zet hier Ikzelf tegenover Jezus Christus. De verlossing komt van Hem. Die verlossing heeft Paulus al beschreven in hoofdstuk 6 en zal hij verder uitwerken in hoofdstuk 8.

Spreekt Paulus over de wedergeboren of niet wedergeboren mens?

Een belangrijke vraag die we nog moeten beantwoorden is: Spreekt Paulus over de strijd van een wedergeboren gelovige of over de strijd van iemand die nog niet verlost is?

Op het eerste gezicht lijkt hij over een strijd te spreken die hij nu voert. Hij spreekt in de tegenwoordige tijd. En wij herkennen in ons eigen leven het conflict tussen wat we zouden willen doen en wat we in de praktijk doen. Maar wanneer we het gedeelte lezen in de context van het hele betoog van Paulus, dan komt een ander beeld naar voren.

De stemming van de verzen 14 tot en met 26 is terneergeslagen. De “ik” probeert de wet te houden maar lijdt een voortdurende nederlaag. Ik ellendig mens! De uitroep van vers 25 is de oplossing. Er is verlossing door Jezus Christus. In hoofdstuk 6 hebben we gezien dat deze verlossing al een feit is voor de gelovige (Romeinen 6:17 en 18). Als we goed lezen dan is wat hij hier zegt in strijd met wat hij in hoofdstuk 6 heeft gezegd. En met wat hij in hoofdstuk 8 nog gaat zeggen.

Ik zal laten zien hoe je dit gedeelte kan begrijpen in het licht van de directe en de bredere context. Die context bevestigt dat het gaat over een niet wedergeboren, religieuze mens die de zonde probeert te bestrijden met de wet. Daarna zal ik kort de belangrijkste argumenten behandelen die genoemd worden vóór de uitleg dat het over een wedergeboren mens gaat.

Directe context: Romeinen 7:14-26 als antwoord op vers 13

In de directe context is dit gedeelte een uitwerking van vers 13. Daar werd gezegd dat de zonde door het goede, de wet, de dood werkt. De ik van vers 14, die vleselijk genoemd wordt en verkocht onder de zonde, is daarvan een illustratie. Hij is tot gevangene gemaakt van de wet van de zonde. En hij vraagt zich af wie hem daar van zal verlossen.

Context van hoofdstuk 7: Romeinen 7:7-26 als uitwerking van vers 5

In de bredere context van hoofdstuk 7, zien we dat Romeinen 7:7-26 een uitwerking is van de eerste perikoop van het hoofdstuk. In Romeinen 7:5 en 6 zet Paulus twee manieren van leven tegenover elkaar:

Romeinen 7:5-6
5 Want toen wij in het vlees waren, waren de hartstochten van de zonden, die geprikkeld worden door de wet, in onze leden werkzaam om vrucht te dragen voor de dood.
6 Maar nu zijn wij ontslagen van de wet, gestorven aan dat waaraan wij vastgebonden zaten, zodat wij in nieuwheid van Geest dienen, en niet in oudheid van letter.

Toen

Paulus zet toen en nu tegenover elkaar. Toen wij in het vlees waren zet hij tegenover nu. Nu dienen wij in nieuwheid van Geest. Het hele gedeelte wat volgt in hoofdstuk 7 laat zien hoe de strijd is van iemand die nog in het vlees is en onder de wet dient. Dan zijn de hartstochten van de zonde inderdaad werkzaam om vrucht te dragen voor de dood. Juist wanneer en omdat ze geprikkeld worden door de wet. Romeinen 7:7-26 is een illustratie van wat Paulus in 7:5 zegt.

Nu

Maar nu zijn we gestorven voor de wet zegt vers 6. Nu dienen we in de Geest en niet langer in het vlees. Vers 6 zal hij ook verder gaan toelichten vanaf hoofdstuk 8. Het is opvallend dat in heel hoofdstuk 7 de Geest niet meer genoemd wordt. Vanaf hoofdstuk 8 spreekt Paulus echter veelvuldig (15 keer!) over de Geest.

Bredere context van de hoofdstukken 6, 7 en 8

In hoofdstuk 6 schrijft Paulus een aantal dingen die het onwaarschijnlijk maken dat hij in hoofdstuk 7 een wedergeboren mens zou beschrijven als “vleselijk, verkocht onder de zonde”.

Romeinen 6:1 en 2 begint met de verklaring dat we voor de zonde gestorven zijn.
In vers 6 staat dat onze oude mens met Christus gekruisigd is opdat we niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.
In 6:14 staat “de zonde zal over u niet heersen”.
In 6:17 en 18 “Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”.
6:20 opnieuw: “toen u slaaf van de zonde was”
En in 6:22 “maar nu, van de zonde vrijgemaakt”

Ook hoofdstuk 8 ademt een hele andere sfeer dan de verzen van Romeinen 7. Er is een complete omslag vanaf de eerste verzen. Lazen we in Romeinen 7:23 dat “ik” tot gevangene gemaakt wordt van de wet van de zonde”. In Romeinen 8 lezen we:

Romeinen 8:2
Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.

En in 8:8 en 9 schrijft Paulus: “En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem.

Tegenargumenten?

Voor de volledigheid zal ik de argumenten noemen waarom sommigen toch denken dat dit gedeelte over een wedergeboren mens gaat.

  • Paulus spreekt over zichzelf (ik) in de tegenwoordige tijd
  • Vers 22: alleen een gelovige kan zich naar de innerlijke mens verheugen in Gods wet
  • De strijd die beschreven wordt, herkennen we in ons eigen leven

Maar:

  • Het kan dat Paulus gebruik maakt van de “historische praesens”. Dat is een stijlmiddel waarbij de schrijver een historisch gegeven in de tegenwoordige tijd vertelt om een dramatisch effect te bereiken. Dit stijlmiddel werd in de oudheid vaker gebruikt. Markus doet dit bijvoorbeeld vaak in zijn evangelie.
  • Paulus verheugde zich voor zijn bekering zeker naar de innerlijke mens in de wet van God. Ook van zijn ongelovige volksgenoten getuigt hij dat ze “een ijver voor God hebben, maar niet met het juiste inzicht” (Romeinen 10:2)
  • We zullen die strijd van tijd tot tijd herkennen, vooral als we de dingen van het vlees bedenken. Paulus roept ons echter op om vanuit de Geest te leven. Dan is er niet alleen strijd maar ook overwinning. Wanneer de Geest in ons woont zal Christus onze sterfelijke lichamen levend maken (Romeinen 8:11).

Tot slot

We hebben met deze studie hoofdstuk 7 afgerond. Paulus is klaar met zijn toelichtingen over de zonde (hoofdstuk6) en over de wet (hoofdstuk 7). Vanaf Romeinen 8 gaat hij spreken over het nieuwe leven van de gelovige. Als we dood zijn voor de zonde en dood voor de wet, hoe moeten we dan leven voor God? Daarover gaat de volgende studie.

Eerdere studies van Romeinen zijn hier te vinden: Romeinen studies
De eerste studie van hoofdstuk 8: Het leven door de Geest (1): Rom.8:1-4

Je kunt zonder verplichtingen mijn blog volgen. Dan krijg je een mail als er een nieuwe blog online komt. Vragen of opmerkingen zijn altijd welkom.

Subscribe
Abonneren op
guest

2 Reacties
oudste
nieuwste
Inline Feedbacks
View all comments
Doortje
Doortje
1 maand geleden

Wat heb je dit geweldig uitgelegd. Ik was altijd overtuigd van uitleg 1. Maar je daagt me uit die overtuiging te herzien! Ik kijk uit naar je volgende stuk!

2
0
Ben benieuwd naar jouw mening, reageer gerust!x