Soms blijf je tijdens het Bijbellezen hangen bij een bepaalde zin omdat het niet logisch lijkt. Of misschien maakt de Heilige Geest je ergens op attent? Dat had ik bij deze verzen uit Psalm 130
Psalm 130:3 en 4
3 Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal staande blijven?
4 Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.
Vooral dat laatste zinnetje bleef hangen: ‘Bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.’
Ik dacht: is dat niet vreemd? Is het niet juist zo dat je, als er vergeving is, niet meer hoeft te vrezen? Misschien zou je eerder verwachten: ‘Bij U is vergelding, opdat U gevreesd wordt.’ Of: ‘Bij U is vergeving, opdat U geliefd en aanbeden wordt.’
Dus ik werd benieuwd wat de dichter hier eigenlijk bedoelt.
Een korte psalm met veel diepte
Ik zocht de hele psalm erbij. Het is Psalm 130, een korte psalm van maar acht verzen. En hoe langer ik ermee bezig was, hoe mooier ik hem begon te vinden.
Boven de psalm staat dat het een pelgrimslied is. Psalm 130 hoort bij een reeks van vijftien psalmen, Psalm 120 tot en met 134, die allemaal hetzelfde opschrift hebben. In de Herziene Statenvertaling staat ‘pelgrimslied’. In de Statenvertaling staat ‘Een lied Hammaäloth’. Daar is het Hebreeuwse woord onvertaald blijven staan. De NBG51 noemt het een ‘bedevaartslied’.
Maäloth heeft te maken met treden, trappen of opgang. Er zijn verschillende verklaringen voor dat opschrift. Een bekende gedachte is dat deze psalmen gezongen werden door pelgrims wanneer ze opgingen naar Jeruzalem om daar feest te vieren. Een andere uitleg is dat ze gezongen werden op de trappen van de tempel.
Er is ook nog een andere verklaring: dat er in de liederen zélf een opgaande beweging zit. Een ontwikkeling. Een reeks gedachten die steeds een stap verder gaan. En dat laatste zie je in Psalm 130 heel mooi terug.
Helemaal onderaan beginnen
De psalm begint namelijk helemaal onderaan.
Psalm 130:1 en 2
1 Een pelgrimslied. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE;
2 Heere, hoor naar mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op mijn luide smeekbeden.
De dichter zit als het ware op de bodem van de put. Uit de diepten roept hij tot de Heer.
Maar als je de psalm verder leest, lijkt het alsof hij langzaam omhoogklimt. De acht verzen vallen min of meer uiteen in vier gedeelten van twee verzen. En telkens wordt er als het ware een nieuwe stap gezet.
De verzen 3 en 4 zeggen dan:
3 Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal staande blijven?
4 Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.
De dichter weet dat hij het niet van zichzelf moet hebben. Als God werkelijk acht zou slaan op al zijn (en op onze!) ongerechtigheden, wie zou er dan staande kunnen blijven? Niemand.
Maar dan volgt dat kleine woordje: maar; ‘Maar bij U is vergeving.’
Vergeving is niet goedkoop
Wij zijn vanuit het Nieuwe Testament behoorlijk vertrouwd met het onderwerp vergeving. We weten dat de Here Jezus gekomen is en dat door Hem vergeving mogelijk is geworden. Maar in het Oude Testament kom je het woord “vergeving” veel minder vaak tegen.
Het Hebreeuwse woord dat hier in Psalm 130 gebruikt wordt, komt maar drie keer voor in het Oude Testament: in Nehemia 9:17, Psalm 130:4 en Daniël 9:9.
Het werkwoord ‘vergeven’ komt vaker voor, ongeveer veertig keer. En als je daarnaar kijkt, vallen vooral twee dingen op. Ten eerste kom je het vaak tegen in Exodus, Leviticus en Numeri, bij de beschrijving van de offerdienst. Er moest een offer gebracht worden. Er moest bloed vloeien. De priester deed verzoening, en dan was er vergeving.
Dat leert iets belangrijks: vergeving is niet goedkoop.
Vergeving en de tempel
Het tweede gedeelte waar het woord ‘vergeven’ vaak voorkomt, is het gebed van Salomo bij de inwijding van de tempel. Dat gebed staat in 1 Koningen 8:22-53 en ook in 2 Kronieken 6:12-39.
Steeds weer bidt Salomo ongeveer hetzelfde: ‘Hoor Gij dan in de hemel en vergeef’. Vergeving heeft daar dus ook duidelijk te maken met de tempel. De plek waar offers gebracht werden. De plek waar mensen naartoe kwamen met hun schuld. Maar uiteindelijk kwam de vergeving van God, Die in de hemel woont.
Als we dan weer teruggaan naar Psalm 130; ‘Bij U is vergeving’ weten we inmiddels twee dingen; Vergeving kost iets, het wordt met bloed betaald. En vergeving komt van God, die in de hemel woont.
Waar de offers naar wezen
In het Nieuwe Testament zien we waar al die offers uit het Oude Testament uiteindelijk naar wezen. Het bloed van de Here Jezus moest vloeien. Johannes kon zeggen:
Johannes 1:29
De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt!
En de Here Jezus spreekt Zelf over Zijn eigen lichaam als over een tempel:
Johannes 2:19
Jezus antwoordde en zei tegen hen: Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen.
Nu krijgt dat ene zinnetje uit Psalm 130 ineens veel meer gewicht. ‘Bij U is vergeving’. Vergeving betekent niet dat God zegt: ach, laat maar zitten. Onze ongerechtigheden zijn niet een kwestie van: foutje, bedankt. Vergeving heeft Hem alles gekost.
Vrees als ontzag
En dan begrijp ik ook beter wat er daarna staat:
‘Opdat U gevreesd wordt’
Dat vrezen betekent niet dat we bang voor God moeten zijn. Het heeft veel meer te maken met ontzag. God had acht kunnen slaan op al onze ongerechtigheden. Maar in plaats daarvan biedt Hij vergeving aan.
En als je beseft wat die vergeving gekost heeft, dan kan dat eigenlijk niet anders dan je vullen met ontzag. En, denk ik, ook met liefde voor Hem.
Er zit nog veel meer in Psalm 130
Er zit nog meer in Psalm 130. In een volgend blog ga ik in op de verzen 5 tot en met 8.