Ik las in mijn vakantie enkele keren de pastorale brieven van Paulus aan Timotheüs en aan Titus. Daarbij viel mij het woord godsvrucht op. Paulus gebruikt het in de eerste brief aan Timotheüs maar liefst zeven keer en in 2 Timotheüs en Titus komen we het ook tegen. Mijn interesse was gewekt.
Wat betekent godsvrucht/godzaligheid?
Godsvrucht is de vertaling van het Griekse εὐσέβεια = eusebeia. Het kan worden vertaald als godsvrucht, godzaligheid, godvrezendheid, vroomheid, eerbied jegens God. Het draagt de gedachte in zich van de juiste eerbied, houding en toewijding tegenover God.
Maar ‘vroomheid’ kan in het Nederlands gemakkelijk de verkeerde indruk wekken. Wij denken dan misschien aan een bepaalde religieuze uitstraling: ernstig kijken, veel bidden, ingetogen spreken enzovoort. Dat is niet wat Paulus bedoelt.
Bij Paulus is godsvrucht juist de praktische uitwerking van gezonde leer. Dat verband zie je prachtig in:
1 Timotheüs 6:3
Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht,
Paulus zegt niet alleen dat de leer leerstellig juist moet zijn maar dat de leer in overeenstemming moet zijn met de godsvrucht. Gezonde leer heeft dus een richting en een uitwerking: zij brengt een levenswandel voort die overeenkomt met de positie en roeping van de gelovige. In de Efezebrief zegt hij het zo:
Efeziërs 4:1
Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is,
Dezelfde oproep klinkt in Filippenzen 1:27, Kolossenzen 1:10, en 1 Thessalonicenzen 2:12. Je zou het zo kunnen samenvatten:
gezonde leer → geloof → godsvrucht → praktische levenswandel.
Godsvrucht is niet het middel om behouden te worden, maar de vrucht van een leven in geloof.
Hoe vaak en waar komt ‘eusebeia’ in 1 Timotheüs voor?
Opvallend vaak. Het komt zeven keer voor in deze betrekkelijk korte brief. We vinden Eusebeia op deze plaatsen:
- 1 Timotheüs 2:2
- 1 Timotheüs 3:16
- 1 Timotheüs 4:7
- 1 Timotheüs 4:8
- 1 Timotheüs 6:3
- 1 Timotheüs 6:6
- 1 Timotheüs 6:11
Het is dus duidelijk geen toevallig terugkerend woord. We zullen alle teksten nalopen om een compleet beeld te krijgen van wat Paulus er mee bedoelt.
1 Timotheüs 2:2 geeft meteen de betekenis
Paulus schrijft over het bidden voor koningen en hooggeplaatsten:
1 Timotheüs 2:2
voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.
Godsvrucht wordt hier zichtbaar in hoe de gelovige leeft. We worden opgeroepen om te bidden dat de overheid ons met rust zal laten en wij rustig en stil voor God kunnen leven. Zonder vervolgd of lastig gevallen te worden. Een leven waarin we vrij zijn om God te dienen en vrucht kunnen dragen.
Het gaat niet over de positie van de gelovige in Christus als zodanig, maar over de manier waarop die positie praktisch tot uitdrukking komt in deze wereld. Paulus maakt vaak het onderscheid tussen: Wie wij in Christus zijn en hoe wij op grond daarvan behoren te wandelen. Eusebeia bevindt zich vooral aan die tweede kant; de praktische levenswandel.
1 Timotheüs 3:16 het geheimenis van de godsvrucht
En hier wordt het bijzonder interessant:
1 Timotheüs 3:16
En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
Hier staat opnieuw eusebeia en zien we Paulus’ bedoeling met dit woord. Godsvrucht is niet simpelweg: je netjes gedragen of vroom leven. Het geheimenis van de godsvrucht wordt verbonden met Christus. Hij is het geheim. Godsvrucht krijgt hier een christologische basis. Werkelijke godsvrucht ontstaat niet uit religieuze zelfverbetering. Zij vloeit voort uit de waarheid aangaande Christus.
Christus → gezonde leer → geloof → een leven waarin die waarheid zichtbaar wordt.
Geen vroom moralisme maar een leven gefundeerd op Christus Zelf.
1 Timotheüs 4:7 en 8 oefenen en belofte
Oefen uzelf in de godsvrucht. In dit gedeelte wordt duidelijk dat er ook inspanning van onze kant wordt gevraagd:
1 Timotheüs 4:7-8
7 Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht.
8 Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft.
Het woord ‘oefenen’ is γύμναζε = gymnaze, waar ons woord gymnastiek vandaan komt. Dat is een actieve opdracht. Paulus moedigt je aan om jezelf te oefenen in een praktisch leven met God. Je levenswandel is belangrijk.
Genade en godsvrucht zijn daarbij geen tegenstellingen. Genade betekent immers niet dat de levenswandel er niet meer toe doet. Integendeel: juist omdat onze positie niet door onze werken verkregen wordt, kunnen goede werken en godsvrucht hun juiste plaats krijgen; als vrucht en niet als grond van ons behoud.
belofte voor nu en straks
Paulus stelt hier het beperkte nut van lichamelijke oefening tegenover de veel grotere waarde van godsvrucht. Godsvrucht heeft nu al waarde omdat gezonde leer zichtbaar wordt in onze levenswandel. De waarheid van God leert ons bijvoorbeeld nu al tevredenheid, zelfbeheersing, volharding, liefde en een juiste omgang met andere mensen.
Maar godsvrucht heeft óók betekenis voor ‘het toekomende leven’. Onze huidige wandel is niet betekenisloos zodra dit leven voorbij is. Wat de gelovige nu in gehoorzaamheid aan de Here doet, heeft eeuwigheidswaarde. Dat past bij Paulus’ onderwijs over loon en beloning: onze behoudenis is uit genade en niet het loon op godsvrucht, maar onze wandel als behouden mensen doet er voor de toekomst wel degelijk toe.
1 Timotheüs 6:3-6 een waarschuwing tegen schijngodsvrucht
1 Timotheüs 6:3-6
3 Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht,
4 dan is hij verwaand, weet niets, maar heeft een ziekelijke neiging tot twistvragen en woordenstrijd. Daaruit komen voort: afgunst, ruzie, lasteringen en kwaadaardige verdachtmakingen,
5 voortdurend geruzie van mensen die een verdorven gezindheid hebben en beroofd zijn van de waarheid, omdat zij denken dat de godsvrucht een bron van winst is. Wend u af van dit soort mensen.
6 Maar de godsvrucht is inderdaad een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid.
In 1 Timotheüs 6 waarschuwt Paulus voor mensen die menen dat er met godsvrucht geld te verdienen is. In vers 3 koppelt hij godsvrucht aan de gezonde leer en de woorden van de Here Jezus. Hij raadt ons vervolgens aan om weg te blijven bij mensen die denken dat leven voor God hen winst oplevert. Zij zijn beroofd van de waarheid.
Maar zegt hij, godsvrucht is een bron van grote winst, vergezeld van tevredenheid. Dat is een prachtige omkering. De dwaalleraar zegt dat godsvrucht hem financieel voordeel brengt. Maar Paulus draait het om: Werkelijke winst is een leven in tevredenheid met wat je hebt. Tevreden zijn met voedsel en kleding en niet vallen in verzoeking om rijk te willen worden (1 Timotheüs 6:8-9).
godsvrucht + tevredenheid = werkelijke winst.
Niet omdat je er rijk van wordt, maar juist omdat je leert tevreden te zijn. Daarom zegt hij in vers 11
1 Timotheüs 6:11
U echter, o mens die God toebehoort, ontvlucht deze dingen. Jaag daarentegen gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid na.
Godsvrucht in de tweede Timotheüsbrief en in Titus
In 2 Timotheüs schrijft Paulus ook over de godsvrucht. Eén keer gebruikt hij eusebeia, wat we al kennen uit de eerste brief, en een keer het bijwoord εὐσεβῶς = euseboos.
2 Timotheüs 3:5 schijn van godsvrucht
2 Timotheüs 3:5
Zij hebben een schijn van godsvrucht, maar hebben de kracht ervan verloochend. Keer u ook van hen af.
Hier spreekt Paulus over de laatste dagen en hoe de mensen zullen vervallen in eigenliefde en allerlei slechte eigenschappen die horen bij zelfzucht en zingenot. Zij hebben een schijn van godsvrucht maar het is uiterlijke vorm zonder werkelijk geloof. Er kan dus een ‘schijn’ van
godsvrucht bestaan: religieuze taal, vormen en gedrag, terwijl de werkelijke kracht
ervan in het leven ontbreekt. Dat bevestigt dat ‘eusebeia’ bij Paulus veel meer is dan
uiterlijk vroom gedrag.
2 Timotheüs 3:12 godvruchtig leven
2 Timotheüs 3:12
En ook allen die godvruchtig (εὐσεβῶς) willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.
Hier staat niet het zelfstandig naamwoord eusebeia, maar het verwante bijwoord εὐσεβῶς (eusebōs): godvruchtig, godzalig. Heel belangrijk is de toevoeging ‘in Christus Jezus’. Zoals we ook in 1 Timotheüs 3:16 gezien hebben, staat de godsvrucht niet los van Christus. En Paulus belooft daarbij geen gemakkelijk leven: juist een werkelijk godvruchtige wandel kan weerstand en vervolging oproepen. Vandaar ook dat hij in de eerste brief opriep om te bidden voor de overheid, zodat wij door de wereldse macht met rust gelaten worden.
Titus 2:12 godvruchtig leven
Ook in Titus vinden we het verwante bijwoord eusebōs (godvruchtig) in een bijzonder belangrijke tekst:
Titus 2:11-12
11 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen,
12 en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,
De genade die ons redt (zalig maakt), die onderwijst ons ook hoe we godvruchtig kunnen leven.
En let op de drie richtingen die Paulus in Titus 2:12 noemt :
bezonnen (verstandig of matig) ten opzichte van onszelf;
rechtvaardig ten opzichte van anderen;
godvruchtig (eusebōs) ten opzichte van God.
Daarna richt Paulus onmiddellijk onze blik op de toekomst in vers 13:
Titus 2:13
terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus.
Dat sluit heel mooi aan bij 1 Timotheüs 4:8. Godsvrucht wordt zichtbaar in ons leven in ‘deze
tegenwoordige wereld’, maar met het oog gericht op de toekomende verschijning van Christus.
Waarom in de pastorale brieven?
Waarom vinden we juist in de persoonlijke brieven van Paulus aan zijn naaste medewerkers Timotheüs en Titus deze nadruk op godsvrucht? Deze brieven gaan in sterke mate over hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God. Paulus zegt 1 Timotheüs 3:14 en 15:
14 Deze dingen schrijf ik u, in de hoop spoedig naar u toe te komen.
15 Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid.
En daarom past godsvrucht hier zo goed. De Gemeente is ‘zuil en fundament van de waarheid’. Die waarheid moet niet alleen worden beleden, maar ook worden geleefd. Dat verklaart ook de waarschuwing voor valse leer en schijngodsvrucht.
En in 1 Timotheüs 4:16 zegt Paulus:
16 Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen.
Geef acht op uzelf en op de leer. Leven én leer horen bij elkaar.
Daarom bespreekt Paulus in deze brieven praktische zaken: gebed, mannen en vrouwen, opzieners, diakenen, weduwen, ouderen en jongeren, geld, rijkdom, arbeid, dwaalleraars en de persoonlijke wandel van Timotheüs. Ook in de brief aan Titus zien we nadruk op gezond onderwijs en praktische aanwijzingen voor de gemeente en voor Titus persoonlijk.
Godsvrucht is de praktische, zichtbare levenshouding van de gelovige die voortkomt uit de waarheid aangaande God en Christus. Geen vrome toevoeging aan de gezonde leer, maar haar vrucht. Zichtbaar in het leven van iemand die Christus kent, dient en verwacht. Een dagelijks leven waarin de gezonde leer zichtbaar wordt in de praktijk van elke dag.