De vrucht van de rechtvaardiging: Rom.5:1-11

Inleiding

In hoofdstuk 5 beginnen we aan het meer praktische deel van de Romeinenbrief. Tot nu toe heeft Paulus vooral de theorie, de leerstellingen van de rechtvaardiging besproken. Wat was de boodschap in de eerste vier hoofdstukken?

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.

Vanaf dit hoofdstuk gaat Paulus in op de praktische consequenties van de rechtvaardiging uit geloof. Maar in deze perikoop, die een soort inleiding vormt voor de hoofdstukken die komen, gaat het vooral over God en pas in tweede instantie over ons.

Gods werk en ons roemen

Romeinen 5:1-11 gaat over wat God doet en wat dat voor ons betekent. God heeft het initiatief genomen om ons te rechtvaardigen door Jezus Christus. Dit handelen van God vond plaats voordat wij zelf iets positiefs konden inbrengen. Wij waren krachteloos, wij waren goddelozen (vers 6). Wij waren zondaars (vers 8) en wij waren vijanden (vers 10). Kortom er was niets prijzenswaardig aan ons, geen verdienste of aantrekkelijkheid waardoor God ons zou moeten redden. Toch maakte Hij onze redding mogelijk. Dat bevestigt Gods grote liefde voor ons. En het geeft ons alle vertrouwen in de toekomst. Want als wij, met zo’n onwaardige achtergrond toch door genade gerechtvaardigd zijn, dan zullen we nu we met Hem verzoend zijn, met Hem leven (zie ook Romeinen 8:31-39).

God is de Hoofdpersoon in dit gedeelte. Daarnaast gaat het in deze verzen over “roemen”. Dat is wat de gelovige zou doen. Roemen is met lof over iets of iemand spreken. Nu we onze eigen achtergrond kennen, weten we dat er niets te roemen is in onszelf of in eigen werken. Als wij roemen, zegt Paulus, dan kan het alleen maar in God en in Zijn werk.

Vrede met God

1 Wij dan, gerechtvaardigd uit [het] geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.
2 Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.

In de grote lijn van de brief is Romeinen 5:1 een belangrijk vers. Eerder hebben we gezien dat we vanuit hoofdstuk 1:17 konden verder lezen in 3:21 en 22. Het tussenliggende gedeelte ging over de noodzaak om gerechtvaardigd te worden omdat je van nature onder de toorn van God leeft. Vanuit 3:22 zouden we weer verder kunnen lezen in 5:1. Het tussenliggende gedeelte van hoofdstuk 4 ging over Abraham en hoe hij gerechtvaardigd werd uit geloof. Hier pakt Paulus de hoofdgedachte weer op: rechtvaardiging uit geloof en wat het uitwerkt voor ons.

Vrede met God

Van nature heeft de mens geen vrede met God. Paulus heeft in het voorgaande gedeelte van zijn brief uitgebreid gesproken over de toorn van God over de goddeloosheid en de ongerechtigheid van de mensen. In vers 10 van dit gedeelte lezen we dat wij vijanden waren toen wij met God verzoend werden. Nu hebben we vrede met God door de Here Jezus Christus.

Staan en roemen

De Here Jezus Christus heeft er voor gezorgd dat we verzoend werden met God. Door Hem hebben we ook door geloof de toegang tot deze genade. Wij staan in die genade zegt Paulus en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods. Dat betekent dat genade het fundament is waarop wij staan en niet de wet. Zouden we staan in de wet dan zouden we kunnen roemen in eigen werken (lees nog eens Romeinen 2:17 en 2:23). Omdat genade het fundament is, kunnen we alleen roemen in Gods werk.

We prijzen onszelf gelukkig dat we mogen delen in de hoop op de heerlijkheid van God. Deze hoop is gericht op de toekomst. De heerlijkheid van God is immers nog niet te zien. In Romeinen 8 zegt Paulus dat die heerlijkheid in de toekomst aan ons geopenbaard zal worden.

Romeinen 8:18
Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.

Roemen in verdrukking

Terug naar Romeinen 5, waar Paulus nog meer te zeggen heeft over ons roemen.

3 En [dit] niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt,
4 en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.

Er is nog een andere route die uitkomt bij de hoop en ook daarin prijzen wij ons gelukkig zegt Paulus. Het is de route via verdrukkingen. We kunnen aan allerlei verdrukkingen denken. We krijgen in ons leven allemaal te maken met moeilijke dingen. Maar als we daar goed mee omgaan, brengt het volharding teweeg. Je volhardt wanneer je de verdrukking standvastig en geduldig verdraagt. En dat resulteert in “ondervinding”. De Statenvertaling zegt “bevinding” en de NBG51 noemt het “beproefdheid”. We leren vol te houden, ook bij tegenslag en dat loutert ons karakter. Je gaat steeds meer beseffen dat dit leven met ups en downs zal blijven gaan, maar dat het mooiste nog moet komen. Zo wordt die hoop gevoed, die uitziet naar de toekomst waarin Gods heerlijkheid aan ons geopenbaard zal worden.

Die hoop beschaamt niet want we kunnen er zelfs nu al uit leven. We hebben de Heilige Geest ontvangen en daarmee heeft God Zijn liefde in onze harten uitgestort.

Jakobus leert in zijn brief ook dat we blij moeten zijn met beproeving omdat het volharding teweeg brengt:

Jakobus 1:2-4
2 Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt,
3 want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.
4 Maar laat die volharding ook volledig [mogen] doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.

Zekerheid van Gods liefde

6 Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.
7 Want bij hoge uitzondering zal iemand voor een rechtvaardige sterven; hoogstens immers heeft iemand de moed om voor de goede [mens] te sterven.
8 God echter bevestigt Zijn liefde voor ons [daarin] dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.
10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven.

We hebben vrede met God (vers 1) en Gods liefde is in onze harten uitgestort (vers 5). Hoe kunnen wij er zeker van zijn dat God ons liefheeft? Dat kunnen we als we kijken naar hoe en wanneer onze rechtvaardiging tot stand gekomen is. Christus is voor ons gestorven toen wij nog krachteloos waren, toen wij nog zondaars waren, toen wij vijanden waren. Hij is voor goddelozen gestorven.

Vers 7 is een tussenzin, waarin Paulus de mogelijkheid overweegt dat bij hoge uitzondering, misschien iemand zou willen sterven voor een goed mens. Maar, vers 8, Christus is voor ons gestorven toen wij zondaars waren. Hij is gestorven voor slechte mensen dus.

In de verzen 9 en 10 laat Paulus zien wat voortvloeit uit dit fantastische werk van God. Als Hij ons gerechtvaardigd heeft, zal Hij ons veel meer ook redden van de toorn. Wij komen niet in het oordeel. En vers 10: hoeveel te meer, zullen we, nu we verzoend zijn, behouden worden door Zijn (Christus) leven. Omdat Hij leeft kan Hij ons volledig behouden naar geest, ziel en lichaam. De Hebreeënbrief zegt het zo:

Hebreeën 7:25
Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.

Roemen in God

11 En [dit] niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Vers 11 sluit deze perikoop af en Paulus komt hier weer terug op het roemen. Hij gebruikt precies dezelfde woorden als in vers 3: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook”. Daar schreef hij: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen”. Hier rond hij af met de woorden: “en dit niet alleen, maar wij roemen ook in God”. God komt alle eer toe, we roemen in Hem omdat Zijn grote liefde ons gered heeft. Als we God prijzen en roemen dan doen we dat door onze Here Jezus Christus, door Wie wij de verzoening ontvangen hebben.

Tot slot

Een vrij korte studie deze keer. Belangrijk om te zien in dit gedeelte is de grote rol die God speelt in onze redding. De verzoening is tot stand gekomen door de Here Jezus Christus, maar Paulus noemt dat een bevestiging van Gods liefde voor ons. Daarom roemen en eren we God. En we kunnen zelfs ook roemen in verdrukkingen omdat we beseffen dat die ons dichter bij de hoop brengen die ons niet teleur stelt.

In de volgende studie gaan we kijken naar Adam en Christus.

Eerdere studies van Romeinen zijn hier te vinden: Romeinen studies
Vragen of opmerkingen zijn altijd welkom.

Subscribe
Abonneren op
guest

1 Reactie
oudste
nieuwste
Inline Feedbacks
View all comments
Anja Bezemer
Anja Bezemer
7 maanden geleden

Wat mooi weer Jolande, we kunnen alleen roemen in Gods genade!!!
Wat is nodig om dit steeds weer te horen…
Lieve groet en zegen.

1
0
Ben benieuwd naar jouw mening, reageer gerust!x