Structuur van 1 Korinthe

Structuur

1 Korinthe 13 is een kort hoofdstuk en staat ingeklemd tussen twee hoofdstukken die gaan over de gaven van de Geest. Om het belang van dit hoofdstuk te begrijpen is het goed om eerst naar de structuur van de Korinthe brief te kijken.
De indeling van de brief in hoofdstukken en verzen is niet door Paulus zelf gemaakt. 1 Maar Paulus maakt wel gebruik van verschillende stijlmiddelen om zijn brief vorm te geven.

Vragen van de Korinthiërs

Hoe is Paulus tot het onderwerp van de liefde gekomen? Onderdeel van de structuur van deze Korinthe brief is een vraag en antwoord cyclus in de brief. Vanaf hoofdstuk 7 gaat Paulus vragen beantwoorden die de Korinthiërs hem hadden gesteld. In 1 Kor.7:1 lezen we:

Wat nu de dingen betreft waarover u mij geschreven hebt…..

Paulus verwijst naar een brief waarin hij deze vragen van hen heeft gekregen. Over welke onderwerpen hadden zij vragen gesteld? De eerste vraag die Paulus in hoofdstuk 7:1 en vers 25 aan de orde stelt is de vraag naar het huwelijksleven. Andere vragen gaan over afgodenoffers, geestelijke gaven, een collecte die gestart was en de vraag of Apollos nog een keer langs kon komen. Om deze vragen aan te kondigen gebruikt hij steeds de uitdrukking: “Wat nu betreft”, zonder opnieuw de brief te noemen. De Korinthe brief behandelt dus vanaf hoofdstuk 7 vooral de vragen en soms zijn ze aanleiding voor Paulus om zelf een onderwerp ter sprake te brengen.

Wat nu betreft

Hieronder alle teksten waarin Paulus een nieuwe vraag gaat beantwoorden.

7:1 Wat nu de dingen betreft waarover u mij geschreven hebt: het is goed voor een mens om geen vrouw aan te raken.

7:25 Wat betreft hen die nog maagd zijn, heb ik geen bevel van de Heere. Ik geef echter mijn mening als iemand die barmhartigheid van de Heere heeft gekregen om trouw te zijn.

8:1 En wat de afgodenoffers betreft: wij weten dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde bouwt op.
8:4 Wat dus het eten van afgodenoffers betreft: wij weten dat een afgod niets is in de wereld en dat er geen andere God is dan Eén.

12:1 Wat nu de geestelijke gaven betreft, broeders, wil ik niet dat u onwetend bent.

16:1 Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, moet u het net zo doen als ik het aan de gemeenten in Galatië opgedragen heb:

16:12 En wat Apollos, de broeder, betreft, ik heb hem er vele malen toe opgeroepen dat hij met de broeders naar u toe zou komen, maar hij wilde nu beslist niet komen. Hij zal echter komen, wanneer het hem gelegen komt.

De vraag van de Korinthiërs naar de gaven van de Geest wordt door Paulus uitgebreid beantwoord in de hoofdstukken 12 en 14. Maar die vraag is voor Paulus ook de aanleiding om hen te wijzen op het belang van de liefde.

Liefde centraal

Paulus benadrukt het centraal staan van de liefde door in beide gedeelten over de gaven van de Geest een verwijzing te geven naar de liefde. De Korinthiërs zelf dachten ten onrechte dat de gaven van de Geest het belangrijkst waren. Paulus wijst er aan het eind van hoofdstuk 12 op dat, hoewel ze mogen streven naar de beste genadegaven, er een weg is die dit alles overtreft. Dat is een vooruitwijzing naar wat hij gaat zeggen over de liefde. En direct na zijn uitweiding over de liefde wijst hij, in hoofdstuk 14:1, terug naar de liefde.

Het gedeelte over de liefde wordt dus omlijst door deze twee verzen:

1 Kor.12:31 Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft.
1 Kor.14:1
Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren.

  1. De huidige indeling in hoofdstukken is van Stephan Langton, aartsbisschop van Canterbury. Hij leefde in de dertiende eeuw. De indeling in verzen van het OT is van Joodse oorsprong. De vers-indeling van het NT is gemaakt door de boekdrukker Robert Estienne, die haar in 1551 aanbracht in de heruitgave van het Griekse NT.[]